Zienswijze HHG op de bouw van starterswoningen in het Wierdenpark



Zienswijze op de voorgenomen bouw van 56 tijdelijke starterswoningen in het Wierdenpark.


College van Burgemeester en Wethouders
van de gemeente Almere
Postbus 200
1300 AE Almere

Betreft: dossier nr. 40816


Almere Haven, 26 Augustus 2004

Geacht College,

Bij deze dienen wij onze zienswijzen in over:

  • uw voornemen om vrijstelling als bedoeld in artikel 17 WRO te verlenen voor 56 tijdelijke starterswoningen op de bouwlocatie 1M2 (Wierdenpark) (dossier nr. 40816), gepubliceerd op 18 augustus 2004 en
  • de aanvraag van een bouwvergunning voor het oprichten van 56 starterswoningen op de bouwlocatie 1N3 De Wierden (Wierdenpark) (dossier nr. 40816), gepubliceerd op 4 augustus 2004.

In voornoemde publicaties worden verschillend genummerde bouwlocaties genoemd en in slechts één publicatie worden de starterswoningen als tijdelijk omschreven. In onze zienswijzen gaan wij er van uit dat het hier over 56 tijdelijke starterswoningen op één en dezelfde locatie gaat.


Stedenbouwkundige bezwaren.

In de brief waarmee u het voornemen tot vrijstelling kenbaar maakt, deelt u als uw standpunt mee, dat tegen de bouw van tijdelijke starterswoningen in het Wierdenpark “geen stedenbouwkundige bezwaren” zouden bestaan.

Onze vereniging heeft daarentegen wel degelijk zwaarwegende stedenbouwkundige bezwaren tegen deze voorgenomen bouw.

De voorgestelde locatie van het complex woningen is uiterst ongelukkig gekozen, namelijk precies in het midden van de Westelijke Groene Wig van Haven. Met het voornemen om in het hart van deze groene long van Haven te bouwen wordt de Westelijke Groene Wig als geheel in haar bestaan bedreigd, terwijl de Ontwikkelingsvisie Revitalisering Almere Haven t.a.v. dit gebied nog niet is uitgewerkt Efficiënter dan op deze manier is het opofferen van een uniek stedenbouwkundig ontwerp welhaast niet mogelijk.

Geen tijdelijke, maar definitieve woonbestemming.

Dat deze aantasting tijdelijk zal zijn (art 17 WRO regelt immers een tijdelijke vrijstelling van het geldend bestemmingsplan), is niet waarschijnlijk. In de toelichting op het voornemen tot vrijstelling staat immers dat de locatie na 2011 zal worden bestemd voor woningbouw en wel in het dure segment. Het gaat dus niet alleen om een tijdelijke bebouwing, maar ook om het vooruit lopen op een definitieve bebouwing van dit groengebied.
Het gebruik maken van een artikel 17 WRO procedure, die tijdelijke vrijstelling van een bestemmingsplan regelt, is in dit geval misleidend.


Ontwikkelingsvisie Revitalisering Almere Haven (1997).

Dat bebouwing van deze locatie reeds zou zijn vastgelegd in de Ontwikkelingsvisie Revitalisering Almere Haven (1997) is niet juist. In die Visie wordt weliswaar de Westelijke Groene Wig als één herstructureringsgebied beschouwd, maar daarbinnen worden mogelijk toekomstige woningbouwlocaties in de randen van deze wig gesitueerd om goede aansluitingen op de bestaande woonbuurten te garanderen. (Zoals dit op de Uithof, na het verdwijnen van de tijdelijke asielzoekerswoningen, al is gebeurd.)
Het centrale deel van de groene wig wordt in de Ontwikkelingsvisie groen gehouden, als element in de groene as die van het Beginbos doorloopt tot in de Hoven en daarmee tot aan het centrum van Haven.


De Westelijke Groene Wig in het ruimtelijk beleid.

In alle tot dusver gepresenteerde ruimtelijke beleidsnota’s van de gemeente is de waarde van de Westelijke Groene Wig van Haven voor de ruimtelijke opbouw van dit stadsdeel onderkend en wordt behoud van dat deel van de ruimtelijke structuur van Haven als beleidsdoelstelling gepresenteerd. Ook in het in ontwerp zijnde Ecologisch Masterplan wordt dit beleid voortgezet. Met het voornemen om deze vrijstelling te verlenen wordt, haaks op dat consequente beleid, de Groene Wig in het hart geraakt. Niet tijdelijk maar definitief, gezien het in de toelichting vermelde over de, blijkbaar reeds nu beoogde, definitieve woonbestemming van deze locatie.


Communicatie over de Ontwikkelingsvisie.

De opmerking in de eerder aangehaald toelichting, dat de Ontwikkelingsvisie “destijds met bewoners en andere belanghebbenden in Haven gecommuniceerd is”, zal betrekking hebben op de gehouden informatie avonden, waarop de Visie werd gepresenteerd en ter discussie gesteld. Hiervoor waren drie avonden in een volle Roestbak nodig en het was o.a. duidelijk dat de inwoners van Haven de mogelijkheid om te kiezen node misten. De Ontwikkelingsvisie is niet in zijn geheel verder behandeld maar werd gevolgd door de nota’s van uitgangspunten “Centrum Zuid” en “Kustzone en Oostrand”, beide gevolgd door (nu nog steeds in het voorontwerp stadium verkerende) bestemmingsplannen voor respectievelijk het Centrum en de Kustzone en de Oostrand. Voor het Wierdenpark en de Westelijke Groene Wig als geheel heeft geen nadere planvorming plaatsgevonden.
Van een formeel inspraaktraject in het kader van de Ontwikkelingsvisie is geen sprake geweest. Wel zijn er talrijke schriftelijke reacties binnengekomen (zie Reactienota met Bijlagen), die evenwel geen van alle hebben geleid tot aanpassingen van de Visie. Daarbij hoort het duidelijk te zijn dat een variant op een zeven jaar oude ontwikkelingsvisie niet als een wet van Meden en Perzen gezien kan worden.


Starterswoningen.

Dat in toenemende mate een beroep wordt gedaan op kleine en goedkope woningen, is juist. De gemeente heeft aan dat beroep echter jarenlang geen gehoor willen geven en heeft zich uitsluitend ingespannen om woningen voor gezinnen, vooral in de duurdere segmenten, gerealiseerd te krijgen. Het woningaanbod is door dit beleid dan ook in toenemende mate scheef gegroeid en pas zeer onlangs is dat beleid bijgestuurd. Die bijsturing hoeft echter niet persé noodsprongen als het bouwen van startersenclaves diep in het park tot gevolg te hebben. Zo kan het goeddeels leegstaande kantorenareaal worden benut als (tijdelijke of definitieve) woonruimte. Deze mogelijkheid is blijkbaar niet onderzocht, althans uit de eerder genoemde toelichting blijkt daar niets van.

In de van de toelichting deel uitmakende motivering van de gevolgde procedure staat dat nog in 2004 en 2005 woonruimte in het project starterswoningen in het Wierdenpark zal kunnen worden aangeboden, “dit ter voorkoming dat het geconstateerde tekort aan deze woonvorm niet verder oploopt”. Wat wordt met deze zin bedoeld?


Alternatieve locatie.

In een eerder stadium hebben wij ook Overgooi als alternatief genoemd. Met het Wierdenpark heeft deze locatie een slechte bereikbaarheid met het openbaar vervoer gemeen. Daar staat tegenover dat op Overgooi geen domeinrechten meer rusten en dat de infrastructuur al aanwezig is. Bovendien is deze locatie niet zo volstrekt geïsoleerd en geniet daardoor ook uit sociaal oogpunt naar onze mening de voorkeur.


Conclusie.

Onze conclusie is, dat geen vrijstelling zou moeten worden verleend en dat geen bouwvergunning zou moeten worden afgegeven voor de bouw van de 56 starterswoningen in het Wierdenpark.

Hoogachtend,

C. Hoekendijk-Wesselman, secretaris
G.J.M. Slokkers, bestuurslid


Op onze zienswijzen over tijdelijke startershuisvesting in het Wierdenpark hebben wij eind september vorig jaar antwoord van het college ontvangen.
Het College besloot tegelijker tijd om vrijstelling van het bestemmingsplan voor de duur van vijf jaar te verlenen.
Dit was voor ons reden om een advocaat in te schakelen; zij was van mening dat een bezwaarschrift tegen het middels art. 17 WRO verlenen van een bouwvergunning een redelijke kans van slagen zou hebben.
Dit bezwaarschrift heeft zij op 15 november 2004 namens ons ingediend.
De commissie voor de bezwaar- en beroepschriften heeft op 1 februari jl. het College geadviseerd dit bezwaarschrift gegrond te verklaren en ons een vergoeding toe te kennen.
Op 15 februari ontvingen wij het bericht dat het College het advies van de commissie naast zich heeft neergelegd.

Inmiddels is door ons besloten beroep in te stellen bij de sector bestuursrecht van de arrondissements rechtbank te Zwolle. Omdat hierdoor niet gewacht hoeft te worden met de plaatsing van de woningen zullen wij daartoe een voorlopige voorziening aanvragen.


Op 21 april ontvingen wij van de rechtbank te Zwolle het bericht dat de voorzieningenrechter ons beroep ongegrond heeft verklaart en het verzoek om voorlopige voorziening heeft afgewezen. Na rijp beraad en in goed overleg met de advocaat heeft het bestuur besloten bij de Raad van State in hoger beroep te gaan.


 

naar boven