Zienswijzen bestemmingsplan de Marken
Geachte Gemeenteraad,
Het ontwerp bestemmingsplan De Marken geeft ons aanleiding tot het indienen van de volgende zienswijzen:
Opnemen van kleinere groenelementen in de bestemming Verblijfsgebied
In het ontwerp zijn (vrijwel) alle kleinere groenelementen binnen De
Marken opgenomen in de bestemming Verblijfsgebied. Die bestemming maakt
verharding mogelijk, zodat al dat aldus bestemde groen in beginsel zonder
meer zou kunnen worden omgezet in parkeerplaatsen, verkeersruimten of
andere vormen van verharding.
Deze mogelijkheid betekent een drastische beleidswijziging van de gemeente
ten aanzien van de bescherming van het groen in de woonomgeving. Is het
vigerend bestemmingsplan gericht op handhaving van dit voor de woonbeleving
zo cruciale groen, in het ontwerp van het nieuwe bestemmingsplan wordt
dit principe overboord gezet en vervangen door een dermate grote mate
van flexibiliteit in de bestemmingsomschrijving, dat algehele verharding
en dus teloorgang van het groen in de directe woonomgeving mogelijk wordt.
In de beantwoording van onze inspraakreactie wordt gesteld dat binnen de bestemming Groendoeleinden in het vigerend plan De Marken 1981 de mogelijkheid bestaat om groenstroken in te richten met verhardingen. De conclusie van de gemeente is, dat van verslechtering van de situatie ten aanzien van bescherming van het groen geen sprake is.
Deze gemeentelijke conclusie is onjuist. In de betreffende voorschriften
van het vigerend plan staat ten aanzien van deze bestemming Groendoeleinden,
dat beplantingen en verhardingen mogelijk zijn voor zover
zij toelaatbaar zijn in verband met deze bestemming. Ergo:
alleen verhardingen zijn toelaatbaar, die gerelateerd zijn aan het groen.
Paden om het groen te ontsluiten voor wandelaar en fietser zijn mogelijk,
parkeerplaatsen en wegverbredingen uitdrukkelijk niet, want die hebben
geen verband met de functie groen.
De voorgestelde nieuwe bestemmingsregeling, inhoudende dat de kleinere
groenelementen zijn geregeld binnen de bestemming Verblijfsgebied,
welke bestemming zonder meer elke vorm van verharding mogelijk maakt,
betekent dus wel degelijk een verslechtering van de situatie ten aanzien
van bescherming van de groenelementen.
In de eerdergenoemde beantwoording van onze reactie wordt gesteld, dat binnen de bestemming Verblijfsgebied een aantal passende functies [zijn] toegestaan zoals wegen, parkeerplaatsen, voet- en fietspaden, speelvoorzieningen, voorzieningen ten behoeve van de afvalverzameling en water.
De vereniging bestrijdt dat wegen, parkeerplaatsen en voorzieningen ten behoeve van afvalverzameling passend zouden zijn binnen het groen, dat is bestemd tot Verblijfsgebied. Voet- en fietspaden, voor zover dienend ter ontsluiting van het groen, speelvoorzieningen en waterpartijen passen wel in het groen.
In de beantwoording staat voorts, dat opname van snippergroen in de bestemming Verblijfsgebied niet betekent dat het groen daadwerkelijk zal verdwijnen. In de parktijk zullen slechts indien noodzakelijk aanpassingen in de openbare ruimte worden doorgevoerd bijvoorbeeld ter bevordering van de verkeersveiligheid, de bereikbaarheid, de parkeergelegenheid of ten behoeve van een overige vergroting van het woongenot.
Het is de vereniging bekend dat opname van snippergroen in
de bestemming Verblijfsgebied niet hoeft te betekenen dat
het groen daadwerkelijk verdwijnt. Een bestemmingsplan schept slechts
voorwaarden. Het bestemmingsplan maakt het echter wel mogelijk, dat het
groen verwijnt en daarom maken wij tegen die regeling bezwaar.
Dat de opgesomde aanpassingen in de openbare ruimte alle het
woongenot [zullen] vergroten, is een opmerking, die kan worden bestreden.
Aanleg van parkeerterreinen en wegverbredingen draagt zelden bij tot vergroting
van het woongenot.
Het bestemmingsplan kan, indien gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheden die de bestemming Verblijfsgebied biedt, leiden tot algehele verharding van alle aldus bestemde groenelementen in de woonomgeving. Zulks betekent een aanzienlijke verkleining van het woongenot en een verslechtering van de situatie ten opzichte van het vigerend plan uit 1981, welk plan is gebaseerd op bescherming van de groenelementen. De groenelementen zijn met dit ontwerp bestemmingsplan vogelvrij verklaard.
De zienswijze van de vereniging kan niet anders luiden dan dat de groenelementen, die in het ontwerp zijn opgenomen in de bestemming Verblijfsgebied, in de bestemming Groenvoorzieningen zouden dienen te worden geregeld of anderszins zouden moeten worden beschermd, zoals dat ook in de huidige situatie het geval is.
De gemeente kiest volgens de beantwoording van de inspraakreacties voor flexibiliteit boven rechtszekerheid. Onze vereniging maakt een andere keuze; de rechtszekerheid van de burger staat bij ons voorop.
Als doekje voor het bloeden zeggen B&W blijkens krantenberichten toe dat, als de gemeente het voornemen heeft om een bepaald groengebiedje op te offeren voor wegverbreding, aanleg van een parkeerterrein of een andere vorm van verharding, de omwonenden zullen worden gehoord dan wel - vooraf mogen we hopen - zullen worden geïnformeerd. De gemeente maakt daarbij uit wie omwonende is en wat met welke opmerkingen zal gebeuren. Deze aangekondigde vorm van inspraak biedt de bewoners geen enkele garantie, hij of zij dient maar af te wachten, met welk plan de gemeente komt, of hij of zij als betrokken bewoner wordt aangemerkt en of de gemeente iets met diens mening doet. De gemeente heeft de handen vrij om desgewenst, naar willekeur, al het groen onder de asfaltmachine te doen verdwijnen, het bestemmingsplan laat het immers zonder meer toe. Dat in de plantoelichting een passage wordt opgenomen over inspraak of informatie aan de bewoners heeft geen betekenis, de plantoelichting maakt immers van het bestemmingsplan geen deel uit en heeft daarmee geen enkele status.
Dat het leggen van een groenbestemming op het groen met zich mee zou brengen dat een woonbuurt plantechnisch gezien op slot zou gaan, zoals in dezelfde krantenberichten uit de mond van B&W wordt opgetekend, omdat er dan niets meer zou kunnen gebeuren, is onjuist. De Wet op de Ruimtelijke Ordening biedt voor het bestemmingplan voldoende mogelijkheden tot flexibiliteit, ik noem hier de wijzigingsbevoegdheid, en die mogelijkheden worden gecombineerd met het respecteren van de rechtszekerheid voor de burger, die tegen een voorgenomen wijziging bezwaar kan aantekenen, waarna een procedure moet worden bewandeld. Dat kan enig oponthoud opleveren, maar dat zal zich ook kunnen voordoen als de gemeente kiest voor een soort pseudo regelgeving, die dermate vaag is en zoveel losse einden bevat, dat veel bewoners via rechtszaken hun gelijk zullen trachten te halen en zoiets kan een voorgenomen ingreep ook behoorlijk vertragen.
Hoogachtend,
Drs G.J.M. Slokkers, bestuurslid






