Reactie HHG op het voorontw. B.p. Kustzone en Oostrand en m.e.r.


Onderstaand de reactie van HHG het voorontwerp Bestemmingsplan Kustzone en Oostrand en milieu effect rapport.

Aanvulling op de reactie voorontwerp Bestemmingsplan Kustzone en Oostrand en milieu effect rapport.


Gemeente Almere
t.a.v. Mw E. Gommers
Kustzone
Postbus 200
1300 AE Almere

Betreft: voorontwerp Bestemmingsplan Kustzone en Oostrand en milieu effect rapport

Almere, 14 juni 2002

Geachte mevrouw,

Graag willen wij, via u, reageren op het voorontwerp Bestemmingsplan Kustzone en Oostrand en het bijbehorend milieueffectrapport.

Doelstellingen bestemmingsplan

Het voorontwerp Bestemmingsplan Kustzone en Oostrand is een uitwerking van de Ontwikkelingsvisie Revitalisering Almere Haven (1997).
De Ontwikkelingsvisie beoogde allereerst een door de gemeente wenselijk geachte uitbreiding van het winkelcentrum met onder meer een derde supermarkt voldoende economisch draagvlak te bieden. Voor een versterkt winkelcentrum zouden meer inwoners nodig zijn en derhalve meer woningen. Gestreefd werd naar een standaard winkelcentrum zoals dat werd verondersteld te horen bij een inwonertal van 25.000. Deze doelstelling betekende het toevoegen van circa 2.000 inwoners en circa 1.000 woningen aan het bestaande Almere Haven.
Aan het voorbereiden van een nieuw bestemmingsplan voor het centrum werd in de Ontwikkelingsvisie prioriteit toegekend. Dat nieuwe plan zou immers de motivatie vormen voor het bouwen van 1.000 woningen. Toen een dergelijk plan niet binnen afzienbare tijd bleek te kunnen worden ontwikkeld en er derhalve geen grondslag meer bestond voor planvorming voor de beoogde woningbouw, werden andere doelstellingen gehanteerd als onderlegger voor het idee om in Haven circa 1.000 woningen bij te bouwen. Deze waren: het meer ‘in evenwicht’ brengen van de woningvoorraad en de sociale samenstelling van de bevolking, door het bouwen van koopwoningen in de duurdere segmenten, en het versterken van het draagvlak van de voorzieningen in Haven in het algemeen.
Over de motieven voor de bouw van 1.000 woningen heeft toenmalig wethouder Smeeman tijdens de politieke avond van 26 februari 2002 in Haven medegedeeld, dat daarvoor maar één motief bestond en dat motief was van zuiver financiële aard. Het opknappen c.q. versterken van het centrum van Haven zou een bepaald bedrag gaan kosten en dat bedrag zou door woningbouw in Haven moeten worden opgebracht. De operatie zou zodoende door Haven zelf worden gefinancierd. De overige motieven ter onderbouwing van het plan om 1.000 woningen te bouwen zijn er volgens de toenmalige wethouder later bijbedacht. Wij vermoedden dat al, maar sinds die avond weten wij het zeker.

In eerdere brieven aan de gemeente is onze vereniging al ingegaan op deze overige motieven.
Het bouwen van duurdere koopwoningen kan de doorstroming bevorderen, maar dan moeten die woningen wel aan doorstromers uit Haven ten goede komen. De gemeente geeft echter de Havenaren geen voorrang bij de woningtoewijzing, zodat het merendeel van de nieuwe woningen ten goede komt aan niet-Havenaren. In De Velden heeft zich hetzelfde afgespeeld.
Overigens valt binnen Haven ook zonder de beoogde nieuwbouw al volop doorstroming te constateren, als resultaat van normale processen: verandering van huishoudenssamenstelling, opname in een verzorgingshuis en overlijden.
Dat de sociale samenstelling van de bevolking van Haven meer ‘in evenwicht’ zou moeten worden gebracht, is een stelling, die we graag voor rekening van de gemeente laten.
De verschillende kernen van Almere hebben elk een eigen identiteit, zich ook uitend in de bevolkingssamenstelling. Onze vereniging stelt juist voor om de eigenheid van Haven nog te onderstrepen, in plaats van te streven naar een soort Almeers gemiddelde.
Dat de voorzieningen in Haven in het algemeen gevaar zouden lopen als geen nieuwbouw zou plaatsvinden, is een ongegronde bewering.

Ten aanzien van deze door de gemeente successievelijk aangedragen motieven voor woningbouw constateren wij, dat het inwonertal van Haven sinds 1997 stabiel is gebleven en dat geen enkele voorziening in de gevarenzone is beland. Ook is het centrum van Haven sindsdien opgeknapt.
En dat alles zonder dat ook maar één van de in de Ontwikkelingsvisie in het vooruitzicht gestelde 1.000 woningen is gerealiseerd.

De vereniging heeft, om na te gaan wat de effecten qua versterking van het economisch draagvlak zouden zijn van de beoogde woningbouw, via een enquete het koopgedrag onderzocht van de bewoners van De Velden, zijnde de wijk die qua afstand tot het centrum van Haven vergelijkbaar is met het geplande nieuwe woongebied in de Oostrand. Het bleek, dat het centrum een slechts beperkte rol speelt wat betreft het koopgedrag van de inwoners van De Velden. Gevreesd moet dan ook worden, dat de bewoners van het beoogde woongebied in de Oostrand slechts in geringe mate een positieve bijdrage zullen leveren aan versterking van het draagvlak van het centrum en van de voorzieningen in Haven in het algemeen. Eén van de door de gemeente aangedragen motieven om de woningvoorraad van Haven te vergroten met 1.000 stuks, is door de resultaten van dit onderzoek ontkracht. Het onderzoeksrapport is de gemeente aangeboden.

Onze conclusie blijft, dat het plan om 1.000 woningen in Haven en 600 tot 800 woningen in de Kustzone en Oostrand te bouwen, niet overtuigend is gemotiveerd. Let wel: het aantal van 600 tot 800 woningen, dat randvoorwaarde was voor deelname aan de workshops, is in het Ontwikkelingsplan en in dit bestemmingsplan vertaald als ‘800 woningen’.
Ten aanzien van de motivering citeren wij de reactie van de Flevolandse milieuorganisaties op de startnotitie MER Kustzone (brief van 4 januari 2001). ‘De gemeente zou zich bezig moeten gaan houden met het opwaarderen en differentiëren van de bestaande woningvoorraad, zodat het draagvlak voor voorzieningen op een natuurlijke en duurzame wijze wordt vergroot. Immers, met de oplevering van nieuwbouw krijgt het draagvlak voor de voorzieningen een tijdelijke impuls, maar over 15 of 20 jaar zal de gemeente opnieuw voor hetzelfde probleem komen te staan. Bovendien constateert de gemeente zelf dat Almere Stad de centrumpositie in Almere heeft overgenomen. Het is dan ook niet reëel het op peil houden van het oude voorzieningenniveau in Almere Haven als uitgangspunt te nemen.’
Wij zijn het eens met de stelling, dat oplevering van nieuwbouw slechts tijdelijk soulaas kan bieden wat betreft versterking van het economisch draagvlak - en in het geheel niet als die nieuwbouw op forse afstand van het voorzieningencentrum wordt gerealiseerd.
De vereniging heeft er voor gepleit om het centrum van Haven aan te passen aan het draagvlak, het aanbod aan voorzieningen aan te passen aan de vraag en niet andersom. Tot op heden is een aanpassing van het aanbod in de zin van inkrimping van het voorzieningenpeil echter niet nodig gebleken. De vrees van de gemeente voor inkrimping van het economisch draagvlak blijkt onterecht.

Maatschappelijk draagvlak

De vereniging bestrijdt dat het plan om in Haven 1.000 woningen te bouwen kan rekenen op voldoende draagvlak bij de bevolking.
De Ontwikkelingsvisie Almere Haven, met de daaraan ten grondslag gelegde doelstellingen, is nimmer als inspraakdocument aan de inwoners van Haven voorgelegd. De vele malen genoemde workshops in het kader van de voorbereiding van het Ontwikkelingsplan Kustzone en Oostrand, zijnde de eerste uitwerking van de Ontwikkelingsvisie, moesten zich afspelen binnen de door de gemeente gestelde harde randvoorwaarden, waaronder de bouw van 600 tot 800 woningen binnen het plangebied Kustzone en Oostrand.
Van interactieve planvorming is geen sprake geweest. De workshops werden krachtig door de gemeente aangestuurd.
Alle circa 25 deelnemers (bewoners) deden mee op persoonlijke titel en vertegenwoordigden dus in het geheel niets of niemand.
De gemeente heeft met de bewoners van de Hoekwierde (dichtbij de beoogde nieuwe lokatie voor de jachthaven) in dat stadium geen overleg gevoerd over de beoogde verplaatsing van de jachthaven.
De gemeente heeft een strenge selectie gemaakt onder de circa 50 inwoners die zich voor de workshops hadden opgegeven. Onder meer werd via een vragenformulier gevraagd of men al dan niet lid was van “één van de (destijds) pas opgerichte belangenverenigingen in Haven”. Werd geantwoord dat men lid was van Houdt Haven Groen, dan werd dat in de selectie meegewogen.
Deelnemers die de randvoorwaarden van de workshops ter discussie wilden stellen werd te verstaan gegeven dat die ruimte niet bestond, waarna zij konden vertrekken. Hun plaats werd opgevuld door anderen, waaronder mensen die een direct persoonlijk belang hadden bij woningbouw in Haven.

De gemeente heeft telefonisch onderzoek doen uitvoeren naar de omvang van het maatschappelijk draagvlak voor het Ontwikkelingsplan Kustzone en Oostrand. In dat onderzoek werd echter niet gevraagd of men het al dan niet eens was met het Ontwikkelingsplan. De vraag was, wat men dacht welke gevolgen uitvoering van dat plan zou hebben, waarbij er van werd uitgegaan dat dat plan zou doorgaan. De noodzaak of wenselijkheid van het plan om 1.000 woningen in Haven of 800 in de Oostrand en de Kustzone te bouwen mocht in dit onderzoek niet ter discussie staan. Evenmin als die vragen in de workshops aan de orde mochten komen.
Uit het onderzoek blijkt, dat 59% van de respondenten denkt dat Haven zich positief zal ontwikkelen als gevolg van uitvoering van het Ontwikkelingsplan, maar dat percentage daalt fors naarmate men langer in Haven woont of ouder is. Van de Havenaren die hier van meet af aan hebben gewoond en die dus nu al wat ouder zijn, meent nauwelijks de helft dat het plan positief zal uitwerken. Van de bewoners van De Meenten en De Grienden als geheel (dat zijn maar ten dele direct betrokkenen bij de woningbouwplannen, omdat grote delen van deze ‘clusters’ zich op ruime afstand van de beoogde bouwterreinen bevinden) denkt eveneens net de helft dat het plan positief zal uitpakken.
We zullen maar aannemen, dat de echte betrokkenen bij de bouwplannen, dus de bewoners van de Oostrand, in merendeel het plan afwijzen, maar daarover vinden we geen gegevens in het onderzoek.
De Bijlagenota (december 1999) bij de Reactienota ten aanzien van het Ontwikkelingsplan biedt daar daarentegen wel informatie over. Bijlage nr. 39 is een brief van bewoners van de Grasmeent, ondertekend door 86 (van de 110) huishoudens.
De brief laat niets te raden over ten aanzien van de mening van deze bewoners over de achter de Grasmeent gesitueerde woningen. Deze bewoners zijn daar vierkant tegen en stellen procedures en schadeclaims in het vooruitzicht.
Even illustratief zijn de handtekeningenacties in de andere buurten in de Oostrand, met name in de Terp- en Dijkmeent, Rietmeent en Schapenmeent.

Milieu effect rapportage

Onze vereniging heeft er voor gepleit om ten aanzien van de jachthaven een lokatie mer op te stellen. Er is immers een alternatieve lokatie, zijnde de bestaande.
Dat de keuze voor verplaatsing het eenduidig resultaat zou zijn van een ‘open planproces’, zoals in de Startnotitie stond, is twijfelachtig.
De milieu-aspecten zijn in dat planproces, open of niet, niet meegenomen. Die aspecten kwamen immers pas aan bod in de milieu-effectrapportage. Ons inziens dienden ook de milieu-effecten van uitbreiding van de jachthaven op de huidige lokatie te worden onderzocht.
De Commissie mer heeft ons in die zienswijze gesteund, er op wijzende dat de keuze voor verplaatsing van de jachthaven omstreden is. Het mer onderzoek kreeg op basis van het advies van de commissie dan ook het karakter van een lokatie mer, al mocht dat woord van de gemeente niet worden gebruikt. In dat geval zou immers de gemeente toegeven, dat de keuze voor verplaatsing van de jachthaven naar het westen niet kan rekenen op unanieme steun van de inwoners van Haven, maar integendeel omstreden is.
Het is jammer, dat bij het onderzoek naar de milieu effecten van uitbreiding van de jachthaven op de huidige lokatie het door de gemeente beoogde aantal van 800 te bouwen woningen als uitgangspunt voor het onderzoek is genomen. Die woningen konden daardoor nergens anders dan binnendijks worden gelokaliseerd, hetgeen uiteraard tot uiterst negatieve milieugevolgen zou leiden. Dit alternatief kreeg daardoor een minder gunstige beoordeling in de mer. De rapportage had er geheel anders uitgezien, als het onderzoek van dat alternatief zich had beperkt tot de milieu gevolgen van uitbreiding van de jachthaven op de huidige lokatie. In dat geval was een objectievere vergelijking mogelijk geweest tussen de diverse alternatieven. Die beperking van het onderzoek had ook meer voor de hand gelegen, immers alleen de uitbreiding van de jachthaven is een mer-plichtige activiteit.

Bebouwing buitendijks

De vereniging is niet op voorhand tegen elke bebouwing buitendijks. Eventuele nieuwbouw, binnen- of buitendijks, dient wel te passen in de schaal van Haven. Het is de vraag, of de voorgenomen omvang van 600 woningen nog wel passend is in die schaal. De vereniging had liever een uitbreiding gezien van de bestaande jachthaven en in aansluiting daarop realisatie van een bescheiden nieuw woongebied met op het water gerichte woningen. De woningbouw had zich kunnen beperken tot het bestaande voorland. Opspuiting van een nieuw eiland brengt aanzienlijke verkleining met zich mee van de schaal van het Gooimeer en daarom wijzen wij dat onderdeel van de voorgenomen buitendijkse ontwikkeling af.

In het plan worden twee trekkers in het vooruitzicht gesteld. Wij hebben al jaren geleden kennis gemaakt met het plan Kinderkunstland en de gemeente aangeraden om uitvoering van dat plan mogelijk te maken. Het verheugt ons dat uitvoering nu in zicht is. Wij hopen dat de volgende trekker soortgelijk van karakter is. Hoe dan ook, aan de bereikbaarheid en parkeerfaciliteiten dient bij de verdere planning van deze trekkers voldoende aandacht te worden besteed, om overlast voor de bewoners tot een minimum te beperken.

Bij nieuwbouw van woningen en andere ontwikkelingen dient rekening te worden gehouden met de uitzichten vanuit het bestaande Haven op het Gooimeer. Bestaande zichtlijnen dienen te worden gerespecteerd.

Bebouwing in de Oostrand

In reactie op het Ontwikkelingsplan heeft de vereniging gereageerd op de voorgenomen bebouwing in de Oostrand, het deel van het plangebied tussen de Klavergriend en de manege.
Wij herhalen hier die reactie. Het bestemmingsplan is niet meer dan de juridische vertaling van het Ontwikkelingsplan.

De Oostrand van Haven is ontworpen als definitieve rand van de bebouwing aan deze zijde van Haven.
Nu nog is de Oostrand een schakering van bossen en grasvlakten, houtwallen, weiden en volkstuinen, met aan en in het groen clusters woningen. Op de weiden na is het gehele gebied openbaar, vanuit de woningen in de randen kan het gebied in volle omvang worden betreden zonder enige hindernis te hoeven passeren. Een subliem ritme van groen en rood, van onbebouwd, hetzij bos of open terrein, en bebouwd gebied.
De Grasmeent is gebouwd naar het voorbeeld van de stadjes aan de rand van de woestijn in Marokko. Als stadsmuren grenzen de harde en hoge wanden van de huizen aan een open vlakte, die hier niet bruingeel, maar groen is. De bebouwing en de open ruimte die daarop aansluit vormen één geheel, als mal en contramal.
Vanuit de (sociale) woningen in de Oost- en Wilgengriend kan men zonder enige barrière te hoeven nemen het groen inwandelen of -fietsen. Het bos en de woningen vormen één ruimtelijk geheel.

In het Ontwikkelingsplan gaat de hele rand op de schop. Elk deel van de rand wordt op de een of andere manier bebouwd. De bewoners van alle buurten in de rand krijgen een soort kamerscherm van woningen opgetrokken tussen hun buurt en het groen oostelijk daarvan. Het nabije groen wordt volgebouwd en aan de openbaarheid onttrokken en het groen verder weg wordt door die bebouwing en een weg van de buurten gescheiden. De bestaande relaties tussen bebouwing en groen worden radicaal doorgesneden en wel over de volle lengte van de Oostrand.
De nieuwe woonbebouwing, met 160 woningen, wordt vormgegeven als een geïsoleerd van het huidige Haven functionerend woongebied. Een reservaat voor kapitaalkrachtigen, waar maar zeer weinig Havenaren bij zullen zitten. Een eigen landgoedachtige wereld, losgekoppeld van het bestaande dorpsgebied door een weg die als een mes dwars door de gehele Oostrand snijdt. Een weg waar alle woningen op worden ontsloten en waar niemand anders dan de bewoners en hun bezoekers gebruik van zal maken. Een eigen weg, die dan ook maar al te toepasselijk “oprijlaan” heet. Een weg die voor de nieuwe bewoners als ontsluiting dient, maar voor de bewoners van de bestaande buurten als barrière werkt in hun vertrouwde uitloop in het groen. Dit nieuwe woongebied, een gouden rand, zal weinig van doen hebben met het eigenlijke Haven. De sociale samenhang zal er bepaald niet door worden bevorderd. En een stimulans voor het draagvlak van de voorzieningen zal het gebied zeker niet worden.

Ons inziens zou het ontwerp veel aan waarde winnen, als het zou worden aangepast op de volgende wijze:

  • het opknippen van de nieuwe rand in deelgebieden met en zonder bebouwing. De ritmiek die de bestaande rand kenmerkt wordt dan doorgezet in de nieuwe rand. Een bij uitstek Almeers en geliefd beeld, de afwisseling van bossen, grasvlakten en woonclusters, wordt op eigentijdse wijze opnieuw vormgegeven. De dan resterende woonclusters kunnen uiteraard op andere wijze worden uitgewerkt dan in het Ontwikkelingsplan wordt aangegeven.
  • het ontsluiten van de aldus ontstane woonclusters via het bestaande wegenstelsel. Fysiek is die mogelijkheid voorhanden. Zowel via de noordkant (Wilgengriend) als de zuidkant (Oostgriend) kunnen de clusters worden aangetakt op het bestaande weefsel.

Deze aanpak biedt het nadeel dat een aantal woningen wordt geschrapt, waaronder zeer dure, maar daar staan vier voordelen tegenover:

  • ruimtelijk voordeel: het bestaand ruimtelijk ritme van de Oostrand herhaalt zich in de nieuwe rand. Een afwisseling van groen zonder bebouwing (bos en grasvlakte) en groen met bebouwing er in. De uitloopmogelijkheden vanuit de bestaande woonbuurten naar het groen blijven grotendeels gehandhaafd.
  • sociaal voordeel: de nieuwe bewoners worden betrokken bij het bestaand sociaal systeem van Haven. Geen op zich zelf functionerend woongebied met een eigen cultuur, geen reservaat voor gelijkgestemden, maar een woongebied dat stevig is verankerd in het bestaande Haven. Geen eigen oprijlaan, maar een vasthechting in een al functionerende samenleving. De sociale cohesie wordt er door bevorderd.
  • verkeerstechnisch voordeel: in het Ontwikkelingsplan worden alle 160 woningen ontsloten via één weg. Het verkeer van en naar het nieuwe woongebied komt dus allemaal op één punt samen. De weg door de Meenten wordt extra belast, terwijl andere wegen geen extra belasting ondervinden. Voor de meeste nieuwe bewoners betekent de voorgestelde ontsluiting een forse omweg, als zij naar Stad willen. Beter is het om het door het nieuwe woongebied gegenereerde verkeer te spreiden. Het huidige wegenstelsel aan deze kant van Haven kan dat aan. Een ontsluiting van de wooncluster in het bomencarré achter de Oostgriend via de laan met fietspad die zuidelijk langs de Oostgriend loopt ligt in de rede. Het fietspad ligt op het tracé van een eertijds hier gesitueerde (nooit gerealiseerde) busbaan en de bomenlaan is zo gedimensioneerd dat daar een bus, dus ook een auto in kan rijden.
  • milieutechnisch voordeel: er worden minder autokilometers gereden en dat komt het milieu ten goede.

Deze opmerkingen en raadgevingen ten aanzien van het Ontwikkelingsplan voor de Oostrand maken wij om een verbetering mogelijk te maken van het ontwerp. Zij staan los van onze opvatting, dat het Ontwikkelingsplan niet is onderbouwd en dat uitvoering van het plan achterwege moet blijven, zeker waar het de binnendijkse ontwikkelingen betreft.
Wij voegen hier onze suggestie voor een mogelijke andere opzet van de in het Ontwikkelings- en Bestemmingsplan opgenomen bebouwing in de Oostrand bij.

Bebouwing tussen Terpmeent en Dijkmeent

De voorgestelde bebouwing tussen de Terpmeent en de Dijkmeent wijzen wij af.
De Terp- en Dijkmeent zijn ontworpen als een woongebied dat door zijn vormgeving verwijst naar het agrarisch karakter van de polder. Deze groene wig is vormgegeven als een schakel tussen de dorpsbebouwing van Haven en de open ruimte oostelijk van Haven. De flats liggen als boerderijen op terpen, de open ruimten daartussen zijn metaforen voor het boerenland.
De centrale open ruimte is ingericht als dierenweiden, zodat het destijds voor dit woongebied beoogde ruimtelijk beeld door de wijze van gebruik van de centrale ruimte compleet wordt gemaakt.
Bij bebouwing van deze groene centrale ruimte in De Meenten gaat het ontwerp voor deze groene wig verloren. Bebouwing betekent meer dan alleen maar verlies van groen, ook de ruimtebeleving gaat er aan.

In het bestemmingsplan wordt bebouwing mogelijk gemaakt, die fors hoger is dan de aanliggende terpbebouwing. Het beoogde nieuwe dubbele flatgebouw steekt boven de andere uit en dat verstoort het ritme in de bebouwing. Maar hoe dan ook is elke woonbebouwing hier storend.


Wij wachten graag uw reactie af.

Hoogachtend,


Drs G.J.M. Slokkers, bestuurslid


Gemeente Almere
t.a.v. Mw E. Gommers / Kustzone
Postbus 200
1300 AE Almere


Betreft: voorontwerp Bestemmingsplan Kustzone en Oostrand en milieu effect rapport
aanvulling op eerdere reactie

Almere, 1 juli 2002

Geachte mevrouw,

Per brief van 14 juni 2002 hebben wij gereageerd op het voorontwerp Bestemmingsplan Kustzone en Oostrand van Almere Haven en het bijgaand milieu effect rapport (MER).
De informatie avond en met name het onderdeel daarvan dat aan het MER was gewijd (verplicht als uitvloeisel van het Besluit mer) geven ons aanleiding tot de volgende aanvulling:

In het voorontwerp bestemmingsplan worden alle elementen overgenomen uit het MMA van de mer, uitgezonderd het op palen realiseren van het wooneiland. Bij nadere bestudering van het MMA blijkt evenwel, dat een ander onderdeel van dat MMA evenmin is terechtgekomen in het voorontwerp bestemmingsplan. Dat andere onderdeel is de natuurontwikkelingszone langs de Gooimeerdijk.
Onze vereniging heeft in een huis aan huis in Haven verspreide Groene Nieuwsbrief het idee gelanceerd om langs de oever van de Gooimeerdijk Oost een reeks natuureilandjes te realiseren, in aansluiting op natuurontwikkeling langs de voet van de dijk zelf. Wij hebben ons daarbij laten inspireren door de gemeentelijke Groenstructuurvisie.
Wij zagen, zoals het ook staat in de Groenstructuurvisie, deze natuurontwikkeling langs en voor de Gooimeerdijk Oost, deels aan en deels in het water, als bestanddeel van de ontwikkeling van de groene zone rondom Haven tot ecologische gordel. Deze groene zone begint bij het Kromslootpark en loopt via het Beginbos, het Vroege Vogelbos, het Weerwater (Vogeleiland) en het Almeerderhout/Waterlandse Bos via de zwaar beboste Oostrand van Haven en de rand van het Overgooi naar de dijk van het Gooimeer en er overheen tot in het Gooimeer.
Wij hebben deze visie, ontleend aan gemeentelijk beleid, meermalen geuit, in onze commentaren op de diverse planconcepten voor het Overgooi en de Kustzone/Oostrand. Enige reactie hebben wij nooit van de gemeente gekregen.
Onze vraag is, om welke reden dit onderdeel van het MMA, zijnde ook in lijn met de gemeentelijke Groenstructuurvisie, niet is verwerkt in het voorontwerp bestemmingsplan Kustzone en Oostrand.

Hoogachtend,

Drs G.J.M. Slokkers, bestuurslid

 

naar boven