Onderstaand de brief van HHG aan de Raad van State m.b.t. de goedkeuring van bestemmingsplan De Gouwen en De Paal van de gemeente Almere.
Aan Raad van State
Afdeling Bestuursrechtspraak
Postbus 20019
2500 EA Den Haag
Betreft: goedkeuring bestemmingsplan De Gouwen en De Paal
van de gemeente Almere
Almere, 31 januari 2003
Geachte heer, mevrouw,
Bij deze wenst de Belangenvereniging Houdt Haven Groen beroep in te stellen
tegen de goedkeuring door Gedeputeerde Staten van Flevoland van het bestemmingsplan
De Gouwen en De Paal van de gemeente Almere.
Afschrift van het besluit waartegen het beroep is gericht gaat hierbij.
De gronden van het beroep zijn de volgende:
In het bestemmingsplan De Gouwen en De Paal zijn (vrijwel) alle kleinere
groenelementen binnen De Gouwen opgenomen in de bestemming Verblijfsgebied.
Die bestemming maakt verharding mogelijk, zodat al dat aldus bestemde
groen in beginsel zonder meer zou kunnen worden omgezet in parkeerplaatsen,
verkeersruimten of andere vormen van verharding.
Deze mogelijkheid betekent een drastische beleidswijziging van de gemeente
ten aanzien van de bescherming van het groen in de woonomgeving. Zijn
de oude bestemmingsplannen voor de wijken gericht op handhaving
van dit voor de woonbeleving zo cruciale groen, in de nieuwe bestemmingsplannen,
zoals het onderhavige, wordt dit principe overboord gezet en vervangen
door een dermate grote mate van flexibiliteit in de bestemmingsomschrijving,
dat algehele verharding en dus teloorgang van het groen in de directe
woonomgeving mogelijk wordt.
Onze vereniging heeft als zienswijze ingediend, dat alsnog de volgende
groenelementen geregeld zouden moeten worden in de bestemming Groenvoorzieningen,
in plaats van in die van Verblijfsgebied:
- de groene plekken in de Muidergouw,
- de groene plekken in de Nijvergouw,
- de groene plekken in de Overgouw,
- de groene plekken in de Brongouw,
- de groene entrée van de Kromgouw.
Het gaat om de groene plekken, die van groot belang kunnen worden geacht voor de beleving van de woonomgeving, juist om hun betrekkelijk geringe formaat en hun gezichtsbepalende ligging in de buurten of als entree van de buurten.
De oorspronkelijke bestemming (in het oude bestemmingsplan)
voor de kleinere groenelementen is die van Groendoeleinden.
In de betreffende voorschriften van het oude plan staat ten
aanzien van deze bestemming Groendoeleinden, dat beplantingen en
verhardingen mogelijk zijn voor zover zij toelaatbaar zijn
in verband met deze bestemming. Ergo: alleen verhardingen zijn toelaatbaar,
die gerelateerd zijn aan het groen. Paden om het groen te ontsluiten voor
wandelaar en fietser zijn mogelijk, parkeerplaatsen en wegverbredingen
uitdrukkelijk niet, want die hebben geen verband met de functie groen.
De vastgestelde nieuwe bestemmingsregeling, inhoudende dat de kleinere
groenelementen zijn geregeld binnen de bestemming Verblijfsgebied, welke
bestemming zonder meer elke vorm van verharding mogelijk maakt, betekent
dus een verslechtering van de situatie ten aanzien van bescherming van
de groenelementen.
Beantwoording zienswijze door de gemeente en onze reactie daarop
In de beantwoording van de zienswijze ontkent de gemeente niet dat de bestemming Verblijfsgebied op de kleinere, beeldbepalende groenelementen is gelegd om desgewenst op enig moment verharding van het groen mogelijk te maken. De gemeente stelt flexibiliteit boven rechtszekerheid voor de burger en met die keuze zijn wij het niet eens. De beoogde flexibiliteit is alleen gunstig voor de gemeente, die straks met het groen kan doen wat hij wil. Voor de burger die op een groene woonomgeving prijs stelt, is diezelfde flexibiliteit rampzalig, want die weet niet wat er met het groen zal gebeuren. Als doekje voor het bloeden zeggen B&W toe dat, als de gemeente het voornemen heeft om een bepaald groengebiedje op te offeren voor wegverbreding, aanleg van een parkeerterrein of een andere vorm van verharding, de omwonenden zullen worden gehoord dan wel - vooraf mogen we hopen - zullen worden geïnformeerd.
De in de - inmiddels door de gemeenteraad vastgestelde - participatieregeling
genoemde criteria voor werkwijze beschrijven de voorgenomen
gang van zaken indien het voornemen of de wens bestaat om de inrichting
van een verblijfsgebied te wijzigen van groen naar grijs,
dus verharding.
Hierbij wordt verschil gemaakt tussen gebruiksveranderingen die al dan
niet sterk ingrijpen.
In het ene geval wordt een zware, in het andere een lichte procedure gevolgd.
In de gepresenteerde werkwijze maakt de ambtelijke dienst uit, in welke
gevallen de ene, dan wel de andere procedure wordt bewandeld. De dienst
maakt immers uit, wanneer een voorgenomen of gewenste wijziging voldoende
ingrijpend is om de zware procedure te rechtvaardigen.
Ook voor het verdere verloop van de procedures geldt, dat het de ambtelijke
dienst is, die alles bepaalt. Wie belanghebbende is en wie niet. Hoe de
uitslag van de peiling of die van de enquete wordt
geduid. De verwerking van de uitkomsten van een consultatie, een peiling
of een enquete en het formuleren van daaraan te verbinden conclusies is
aan de ambtelijke dienst voorbehouden. De wethouder wordt er bij gehaald,
als de dienst er niet uit komt.
De bewoner moet maar afwachten, of hij/zij wel als belanghebbende
wordt beschouwd, welke procedure gevolgd wordt en wat er met zijn of haar
inbreng in die procedure gebeurt.
Besluit de ambtelijke dienst, dat een bepaald groengebied verhard kan
worden, omdat de uitslag van de peiling c.q. de enquete
zo dient te worden geduid, dan kan de bewoner niet meer dan lijdzaam toezien,
hoe het groengebied plaatsmaakt voor weer een parkeerstrook of vuilcontainer.
De wettelijke beroepsmogelijkheden zijn beperkt tot het aanvechten van
de zorgvuldigheid die in de - vastgestelde- procedure is gevolgd. Daarmee
zal de verharding als zodanig niet zijn tegen te houden en dat kan wel
als de bestemming die van Groenvoorzieningen is en voor beoogde
verharding een vrijstellingsprocedure wordt bewandeld. In dat geval, zijnde
de oorspronkelijke situatie, biedt de WRO de mogelijkheid tot het indienen
van zienswijzen en garandeert daarmee rechtszekerheid voor de burger.
Ook dan kan verharding alsnog het resultaat zijn van de besluitvorming,
maar in dat geval is althans een procedure gevolgd, waarin in eerste instantie
B&W een rol spelen in de afweging en in tweede instantie GS. In de
nu voorgestelde werkwijze zijn het alleen de ambtenaren, die het voor
het zeggen hebben, met de wethouder om knopen door te hakken, als de dienst
haar die knoop aanbiedt.
In de gemeentelijke participatieregeling wordt gesteld, dat altijd
een beroepsmogelijkheid voor belanghebbenden blijft gegarandeerd,
in het kader van de Algemene wet bestuursrecht en de Inspraakverordening.
Ons inziens stelt die beroepsmogelijkheid echter niet veel voor. Belanghebbenden
kunnen alleen de gang van zaken bij het volgen van een procedure aanvechten,
dus de mate van zorgvuldigheid die in acht is genomen. Tegen verharding
van een groengebied - dat de bestemming Verblijfsgebied heeft - als zodanig
is geen beroep mogelijk, want de bestemming voorziet in mogelijke verharding.
Dat betekent een essentieel verschil ten opzichte van de oorspronkelijke
situatie, waarin het groen een beschermde status had.
Wij hebben om bovengenoemde redenen weinig vertrouwen in de gemeentelijke participatie regeling, inmiddels ook wel samenspraak genoemd.
Dat het leggen van een groenbestemming op het groen met zich mee zou
brengen dat een woonbuurt plantechnisch gezien op slot zou
gaan, omdat er dan niets meer zou kunnen gebeuren, zoals de gemeente beweert,
is onjuist. De Wet op de Ruimtelijke Ordening biedt voor het bestemmingplan
het instrument van de wijzigingsbevoegdheid ex artikel 11, welk instrument
voldoende flexibiliteit biedt, gecombineerd met het respecteren van de
rechtszekerheid voor de burger. De burger kan tegen een voorgenomen bestemmingswijziging
in zijn woonomgeving - van groen naar verharding bijvoorbeeld - bezwaar
aantekenen, waarna een procedure moet worden bewandeld, waarbij het gemeentebestuur
wordt ingeschakeld.
De genoemde procedure kost tijd, maar gezien de looptijd die de gemeente
in acht neemt als het gaat om het voorbereiden en uitvoeren van groot
onderhoud, in welk kader het merendeel wordt gerealiseerd van wijzigingen
van groen in verharding, valt het tijdsbeslag nog wel mee. De diverse
plannen tot groot onderhoud in Almere Haven hebben een looptijd van enige
jaren, terwijl de genoemde procedure binnen een periode kan zijn afgerond,
die zich in weken laat uitdrukken. Die wettelijke procedure is daardoor
echt wel in te passen binnen de ambtelijke procedures ten aanzien van
het groot onderhoud en zal niet tot oponthoud in die procedures hoeven
te leiden.
In het verleden heeft de bestemming Groendoeleinden nimmer tot problemen
in de praktijk geleid. De in de loop der tijd ontwikkelde plannen tot
groot onderhoud in de buurten zijn op geen enkel moment opgehouden, laat
staan gedwarsboomd, door die bestemming.
Conclusie
Wij verzoeken de Raad van State om alsnog goedkeuring te onthouden aan de bestemming Verblijfsgebied, voor zover die is gelegd op de genoemde kleinere, verspreide groene elementen in het plangebied De Gouwen en De Paal.
Hoogachtend,
Drs G.J.M. Slokkers, bestuurslid






