Resultaten enquête Draagvlak Woningbouwplannen Almere-Haven


Enquête
Draagvlak woningbouwplannen Almere-Haven

Verslag van een zoektocht naar het draagvlak onder de inwoners van Almere-Haven voor de gemeentelijke plannen om in Almere-Haven cica 1000 woningen te bouwen.

1. Inleiding
1.1 Verantwoording
1.2 Methode
1.3 Respons
1.4 Betekenis van het onderzoek
1.5 Leeswijzer

2. Resultaten
2.1 Moeten er in Almere-Haven woningen worden gebouwd?
2.2 Moet het winkelcentrum worden uitgebreid?
2.3 De lokaties

3. Conclusies

Bijlagen:
1. Tabellen
2. Enquêteformulier


1. Inleiding

1.1 Verantwoording
"Waar is dan dat draagvlak?", riep een vertwijfelde vrouw in De Roestbak richting Wethouder Rita van Ling, op de avond van 30 juni 1998. Die avond werd het startsein gegeven voor de workshops over de ontwikkeling van de oostrand en de kustzone in Almere-Haven en de wethouder had zojuist het publiek te kennen gegeven dat de workshops zich dienden af te spelen binnen de door het gemeentebestuur gestelde randvoorwaarde dat binnen het plangebied 600 tot 800 woningen zouden moeten worden gebouwd en dat voor de woningbouwplannen van de gemeente ten aanzien van Almere-Haven nu eenmaal voldoende draagvlak bestond bij de inwoners van Haven. Maar waar dat draagvlak dan wel was, kon zij niet zeggen. Die vraag bleef die avond onbeantwoord.

De Belangenvereniging Houdt Haven Groen besloot daarop om op zoek te gaan naar het draagvlak voor de woningbouwplannen. Plannen die verder gaan dan de geplande 600 tot 800 woningen in de kustzone en de oostrand. In de Ontwikkelingsvisie Almere-Haven, in juni 1997 door de gemeenteraad vastgesteld en de basis voor het Ontwikkelingsplan Kustzone/Oostrand, wordt een aantal van 1.000 woningen
genoemd en worden lokaties aangegeven, waarin in totaal we11.500 woningen zouden kunnen worden gebouwd .

1.2 Methode
Een enquête leek de aangewezen weg om het draagvlak op te sporen. De vereniging besloot om in de Nieuwsbrief nr 2, in oktober 1998 huis aan huis verspreid in Almere-Haven, een enquêteformulier op te nemen, met het verzoek om dat in te vullen en terug te sturen naar het secretariaat van de vereniging, waar men het ook in de brievenbus kon doen. De enquête was anoniem. In de enquête werd gevraagd naar de mening van de respondent ten aanzien van de woningbouwplannen van de gemeente voor de diverse in de Ontwikkelingsvisie genoemde mogelijke bouwlokaties in Haven, alsmede het Overgooi.
Een dergelijke onderzoekmethode heeft nadelen; de respons zegt weinig over de meningen van de populatie, de bevolking van Haven als geheel. Alleen zij die een duidelijke mening hebben en die bovendien ook de moeite willen nemen om een formulier in te vullen en in een enveloppe te doen, die te frankeren en naar de brievenbus te brengen, of het er voor over hebben om de woning van de secretaris op te sporen en het ingevulde formulier daar in de bus te deponeren, alleen zij worden gehoord .

Een betere methode was geweest het trekken van een representatieve steekproef onder de Havenaren, het toesturen van een enquêteformulier aan hen die in de steekproef zouden zitten met een portvrije antwoordenveloppe of beter nog: het hen afnemen van de enquête door een werkstudent of een vergelijkbaar iemand.
De enquête en de verwerking van de resultaten hadden bovendien bij voorkeur door een onderzoeksbureau moeten worden uitgevoerd. Maar voor een dergelijk onderzoek ontbreekt het de vereniging aan geld; vandaar dat voor deze eenvoudiger methode is gekozen.

1.3 Respons
De respons bedroeg 485 personen, op een totaal van bijna 10.000 adressen in Almere-Haven is dat een kleine 5%. Voor een dergelijke enquête niet eens slecht. Per adres mocht één bewoner het formulier invullen, desgewenst uiteraard in samenspraak met de medebewoners.

De spreiding van de respondenten over de buurten bleek af te wijken van de spreiding van de huishoudens over de buurten. Met name De Meenten is oververtegenwoordigd. Het aantal woningen in De Meenten bedraagt 10,2% van het totaal aantal woningen in Almere-Haven, maar in de enquête is De Meenten aanwezig met 26,3% van het totaal aantal respondenten. Het Centrum blijft daarentegen achter; 9% van de woningen in Haven staat in het Centrum, terwijl van de respondenten er maar 3,2% in het Centrum woont. Bij de andere buurten zijn de verschillen veel minder groot.
Een verklaring kan zijn, dat de enquête werd gehouden in de periode dat de workshops over de ontwikkeling van de oostrand en de kustzone gaande waren.
In die workshops speelde de toekomst van De Meenten een prominente rol; juist daar zou een groot deel van de nieuwe woningen gebouwd moeten worden.
De bewoners van De Meenten zijn dan ook momenteel meer dan de bewoners van andere buurten betrokken bij de woningbouwplannen van de gemeente voor Haven
en zullen dientengevolge meer gemotiveerd zijn geweest om de enquête in te vullen. Een praktisch punt is nog dat het inleveradres voor de enquêteformulieren gelegen was in de Schapenmeent, dus voor de bewoners van De Meenten het gemakkelijkst te bereiken.

Een overzicht van de herkomst van de respons biedt tabel 1

Tabel 1 : Verwachte en waargenomen respons per buurt, in %
Buurt Verwachte respons in % Waargenomen respons in %
Meenten 10.2 26.3
Grienden 10.2 11.9
Werven 13.6 10.2
Hoven 11.2 9.7
Wierden 16.7 14.2
Gouwen 12.1 11.0
Marken 13.7 11.4
Centrum 9.0 3.2
Buitendijks 3.3 2.1
Totaal 100 100

Men hoeft geen statistische toets toe te passen om in te zien dat hier van representativiteit geen sprake kan zijn. Er zijn dan ook geen conclusies te trekken uit het enquêtemateriaal, die van toepassing kunnen worden verklaard op de gehele populatie, de inwoners van Haven als geheel. Daarbij komt nog, dat de buurt waar men woonde de enige onafhankelijke variabele in de enquête was.
Een representatieve steekproef zou daarenboven op basis van méér persoons- gebonden kenmerken, zoals leeftijd van de respondent en gezinssituatie, moeten worden getrokken.

1.4 Betekenis van het onderzoek
De waarde van het onderzoek is er in gelegen, dat een ieder in de gelegenheid werd gesteld om via beantwoording van gerichte vragen zijn of haar mening te geven over de bouwplannen van de gemeente en over de motivatie daarvoor. Een gelegenheid die zich niet eerder voor had gedaan. De gemeente heeft die kans laten liggen, althans tot nog toe. Op de Ontwikkelingsvisie Almere-Haven kon destijds (voorjaar 1997) weliswaar schriftelijk worden gereageerd, maar niet via beantwoording van gerichte vragen. Wilde men op de Ontwikkelingsvisie reageren, dan moest men de moeite nemen om een exemplaar aan te schaffen. Iets, wat weinigen hebben gedaan.
De uitkomsten van de enquête zeggen alleen iets over de opvattingen van diegenen die aan de enquête hebben meegedaan, maar die uitkomsten zijn al belangwekkend genoeg. Zeker indien de door de respondenten geleverde toelichtingen op hun beantwoording in beschouwing worden genomen.
De vereniging is de respondenten dank verschuldigd voor hun medewerking.

De omvang van het draagvlak voor de gemeentelijke woningbouwplannen onder de respondenten blijkt uit de enquêteresultaten. Diegenen die een duidelijke mening hebben over de plannen hebben gereageerd, hetzij in positieve of in negatieve zin. Onomwonden positief over de gemeentelijke bouwplannen voor Haven in het algemeen blijkt 10,6% van de respondenten te zijn.
Bijna de helft (47,7%) blijkt zonder meer tegen, maar indien gevraagd wordt wat men vindt van eventuele bebouwing van met name genoemde lokaties, dan stijgt het percentage neen-zeggers tot ver boven de helft, tot 71 ,9% ten aanzien van mogelijke bebouwing van de Oostrand, 72,6% ten aanzien van eventuele nieuwbouw in de strook Terpmeent/Dijkmeent (binnendijks) en nog hogere percentages waar het gaat om buitendijks op schiereilanden in het Gooimeer (74,8%) en buitendijks bij de jachthaven (75,2%). Het meest negatief als mogelijke bouwlokaties scoren de groene plekken in de buurten (90,9% zegt nee), die in de Ontwikkelingsvisie als 'eventueel in later stadium nader te overwegen lokaties' worden aangeduid. Met eventuele bebouwing aan de westkant van Haven heeft men iets minder moeite (65,4% zegt daar nee tegen).
Van de respondenten vindt 41,7% dat "het er van af hangt of in Haven al dan niet moet worden gebouwd", maar dit percentage van respondenten die kennelijk onder voorwaarden geporteerd zijn voor aanvullende woningbouw daalt sterk zodra gevraagd wordt in welke lokaties woningbouw dan wel eventueel zou kunnen plaatsvinden. Ook hier blijkt de geringe mate van populariteit van het buurtgroen als mogelijke bouwlokatie; niet meer dan 8,1% zegt daar onder voorwaarden bebouwing wenselijk te vinden. Voor de andere lokaties ligt dat percentage hoger, tot 23,1% voor de westkant van Haven. Maar ook dat is nog aanzienlijk minder dan 41,7%.

De vraag of er in het algemeen in Haven woningen zouden moeten worden bijgebouwd, wordt zoals gezegd door 10,6% met een volmondig 'ja' beantwoord en door 41' 7% met een 'ja, mits'. Samen is dat net iets meer dan de helft. Worden echter lokaties genoemd, dan blijft het percentage ja-zeggers per lokatie ongeveer gelijk aan het percentage ja-zeggers in het algemeen, maar het percentage neen-zeggers stijgt fors en het percentage 'ja, mits'-zeggers daalt navenant.
Kennelijk schrikt men toch terug als een bepaalde lokatie in beeld wordt gebracht als mogelijke bouwlokatie, terwijl een krappe meerderheid tegelijkertijd wel het gevoel heeft, dat bouwen van extra woningen onder bepaalde voorwaarden wel mogelijk moet zijn, althans niet zonder meer moet worden afgewezen.

Het 'harde' draagvlak voor de woningbouwplannen van de gemeente bedraagt, wat betreft de respons van deze enquête, 10,6%. Zolang er geen andere onderzoeksresultaten zijn, zijn er ook geen andere cijfers voor de omvang van dat draagvlak.
Dat is de betekenis van dit onderzoek.

In de enquête is ook gevraagd naar de ideeën ten aanzien van eventuele uitbreiding van het winkelcentrum. De gemeente legt in de Ontwikkelingsvisie Almere-Haven een koppeling tussen die uitbreiding en woningbouw. Zonder woningbouw geen uitbreiding.
Uit het onderzoek blijkt dat die koppeling slechts door weinigen wordt gelegd. Welleven er tal van ideeën ter verbetering van het centrum, maar in meerderheid wordt het mogelijk geacht om die ideeën te verwezenlijken op basis van het huidig draagvlak, aangevuld met de waterrecreanten. Ook dat is een belangrijke conclusie.

1.5 Leeswijzer
In de volgende paragrafen passeren de diverse onderzoeksresultaten de revue, gebaseerd op de tabellen in de Bijlage en op de door de respondenten gegeven toelichtingen op hun antwoorden.
In de Bijlage zijn alle tabellen weergegeven, met de beantwoording van de vragen. De getallen in de tabellen zijn absolute getallen, in de tekst van dit rapport worden percentages gegeven.

2. Resultaten

2.1 Moeten er in Almere-Haven woningen worden gebouwd?
De wijze van beantwoording van de vraag of in Almere-Haven woningen zouden moeten worden bijgebouwd, is het belangrijkste onderzoeksresultaat. Het is immers de centrale vraagstelling, de essentie van de Ontwikkelingsvisie Almere-Haven (waarin deze vraag bevestigend wordt beantwoord) en die is de basis voor de verdere gemeentelijke planvorming.

Van alle respondenten zegt 10,6% zonder meer 'ja', 47, 7% 'nee' en 41' 7% 'hangt er van af'. Dat zou betekenen, dat de tegenstanders iets minder dan de helft uitmaken van de respondenten en het aantal al dan niet genuanceerde voorstanders iets méér dan de helft. In paragraaf 1.4 is al opgemerkt, dat het percentage tegenstanders scherp stijgt, zodra aangegeven moet worden in welke lokaties woningbouw, al dan niet onder voorwaarden, zou kunnen plaatsvinden.

De voorstanders van woningbouw zijn niet in alle buurten even sterk vertegen- woordigd. In De Meenten is niet meer dan 4,8% voorstander, in De Grienden 10' 7%, in De Hoven 10,9% en in De Gouwen 11,5%, dus ruim twee keer zo veel.
Het percentage voorstanders is groter in De Werven (14,6%) en in De Marken (14,8%) en is het grootst in De Wierden (17,9%). Overigens zijn de aantallen respondenten in de overige buurten veel geringer dan in De Meenten, waardoor een respondent in die buurten naar verhouding meer gewicht in de schaal legt.
De respons in het centrum en in het buitendijkse gebied was zo gering, dat daar eigenlijk geen conclusies aan zijn te verbinden.

Het zal geen verbazing wekken, dat het percentage tegenstanders-zonder-meer van bebouwing in De Meenten hoog is (50,8%). Maar ook de andere buurten scoren
hoog; in De Grienden is het 48,2%, in De Hoven 52,2%, in De Gouwen 51,9% en in De Wierden 50, 7%, percentages die goed overeenkomen met het algemeen percentage tegenstanders van 47,7%. In De Werven en De Marken bedragen de percentages tegenstanders niet meer dan 27,1% (De Werven), respectievelijk 38,9% (De Marken).

In De Werven en De Marken zien we dus naar verhouding veel voorstanders van nieuwbouw in Haven (ruim 14% van de respondenten uit die buurten) en weinig tegenstanders, veel minder dan de helft tot ruim een kwart. In deze beide buurten is het aandeel 'twijfelaars' ('hangt er van af') het grootst van alle buurten in Haven; in De Werven 58,3% en in De Marken 46,3%. Het gemiddeld percentage van respondenten die onder voorwaarden woningbouw toelaatbaar achten, is in Haven 41' 7%. Maar ook in De Meenten zijn er veel met een dergelijk standpunt; 44,4%. In De Wierden bedraagt dat aandeel slechts 31,3%, maar daar is het aandeel voorstanders (17,9%) veel groter dan in de andere buurten (en het aandeel tegenstanders (50, 7%) ongeveer gelijk aan het gemiddelde in Haven).

De cijfers overziende, is de conclusie dat in de buurten ongeveer de helft van de respondenten tegen extra woonbebouwing in Haven is, met De Werven en De Marken uitgezonderd, waar dat veel minder is, in De Werven het minst.
Onder voorwaarden voorstander van woningbouw is ongeveer een derde van de respondenten in De Wierden, De Gouwen en De Hoven, ruim 40% in De Grienden, De Meenten en De Marken en de meerderheid in De Werven. Het draagvlak voor woningbouw blijkt in De Werven het grootst te zijn, de 'twijfelaars' meegerekend.
De categorie voorstanders-zonder-meer van woningbouw is in De Meenten het minst vertegenwoordigd en in De Wierden het meest. In beide buurten beweegt het aandeel tegenstemmers zich rond de helft van de respons, zodat het aandeel 'twijfelaars' in De Meenten groot is en in De Wierden klein.

Naar de redenen voor deze verschillen per buurt valt slechts te gissen. Overigens zij hier herhaald dat het om geringe aantallen respondenten per buurt gaat, zodat het beeld per buurt kan zijn vertekend.
Wellicht speelt de behoefte aan doorstroming naar een andere woning hier een rol (die behoefte zal per buurt anders liggen), het bestaan van min of meer concrete bouwplannen voor een buurt, de ligging van een buurt binnen Haven etc..
Voor De Meenten zijn de bouwplannen voor Haven op het moment het meest concreet (afgezien van het buitendijkse gebied bij de jachthaven, maar in die omgeving was de respons zeer gering) en hier blijkt het aandeel voorstanders van woningbouw het kleinst. De tegenstand blijkt in De Meenten qua aandeel echter goed in de pas te lopen bij Haven als geheel (zowat de helft), maar het percentage 'twijfelaars' is hier aan de hoge kant, 44,4%. Nogmaals: het gaat hier om standpunten ten aanzien van woningbouw in Almere-Haven in het algemeen, los van de lokatie.

Zoals in paragraaf 1.3 al is opgemerkt, komen de cijfers in deze enquête heel anders te liggen als concrete bouwlokaties in beeld worden gebracht. Het aandeel 'nee'-zeggers neemt dan sterk toe, tot 65,4% als het gaat om de westkant van Haven en tot zelfs 90,9% ten aanzien van de groene plekken in de buurten. Ook de vraag of er in Haven wel wat minder groen zou mogen zijn, wordt met grote meerderheid ontkennend beantwoord. Liefst 86,2% zegt daar 'nee' op. Ook diegenen die vinden
dat onder voorwaarden zou mogen worden gebouwd, vinden tegelijkertijd met grote meerderheid (85,9%) dat het areaalopenbaar groen in Haven niet zou mogen worden teruggebracht. Bouwen zou volgens die respondenten dus eventueel wel kunnen, als dat maar niet ten koste gaat van het groen. Het enige concrete alternatief,
bouwen buitendijks, vindt ook al weinig aftrek; 75,2% van de respondenten vindt dat niet buitendijks bij het strand en de jachthaven mag worden gebouwd en 74,8% vindt dat niet in de vorm van schiereilanden in het Gooimeer mag worden gebouwd.
Slechts een enkele respondent noemt een andere lokatie in Haven als geschikte bouwlokatie, namelijk het terrein van de afgebrande school De Bijenkorf, maar het gaat daar om een zeer klein terrein. Enkelen stellen voor om een deel van het winkelcentrum te verbouwen tot woningen, een gedachte die al vaker is geopperd.

De conclusie is, dat iets meer dan de helft van de respondenten voorstander,
of onder voorwaarden voorstander is van nieuwbouw in Haven, maar dat mag niet ten koste gaan van het groen en het mag evenmin buitendijks gebeuren. Alle genoemde potentiële bouwlokaties worden door een meerderheid afgewezen en er worden geen andere substantiële lokaties genoemd .
Het echte draagvlak voor de woningbouwplannen bedraagt dus de al eerder genoemde 10,6% van de respons.

De respondenten konden hun antwoorden toelichten en van die mogelijkheid is gretig gebruik gemaakt.

De 'ja'-zeggers tegen de gemeentelijke woningbouwplannen motiveren hun 'ja' door
bij voorbeeld aan te voeren dat 'ook mijn kinderen in Haven willen wonen en ik zelf wil doorstromen naar een comfortabel klein huis' en 'woningbouw is nodig in verband met de omzet van de winkeliers'. Bevordering dus van de mogelijkheden tot doorstroming en verbreding van het economisch draagvlak, motieven die ook de gemeente hanteert.
De tegenstanders wijzen op het 'landelijke en groene karakter van Haven', dat men zo wil houden. Haven zien zij als een uniek stuk van Almere, juist om 'het groene karakter, de ruimte, de rust en de beslotenheid van een kleine gemeenschap'. Veel tegenstanders van woningbouw delen mee, dat zij juist in Haven zijn komen wonen vanwege al dat groen. Een enkeling kondigt aan naar Stad te zullen verhuizen als het groene karakter van Haven geweld wordt aangedaan, want in Stad heb je tenminste alle voorzieningen. 'In Haven was het mogelijk dat ook wij, 'Jan met de Pet', mooi konden wonen en wij willen graag mooi blijven wonen', merkt een respondent op. Enkelen zien in het gemeentelijk beleid ten aanzien van Haven 'minachting voor de huidige bewoners van Haven'. 'Haven heeft al heel wat aan Stad moeten inleveren', merken enige respondenten op en zij koppelen daar de wens aan, dat 'onze groene plekken behouden mogen blijven'.
In veel gevallen wordt er op gewezen, dat Haven in de huidige vorm steeds is beschouwd als een kern, die 'af' was. 'De gemeente vertelde ons in 1986', aldus een respondent, 'dat Haven af was, op de havenkom na'. 'De gemeente behoort niet op zijn woord terug te komen', is een opmerking die een aantal malen gemaakt wordt. De tegenstanders van woningbouw wijzen er in een aantal gevallen op, dat elders in Almere voldoende ruimte is voor woningbouw.
Het motief dat het draagvlak voor de winkels zou moeten worden verbreed, wordt door enigen afgewezen met een motivatie zoals deze: 'het aantal inwoners van Haven zal nooit genoeg zijn om in Haven een uitgebreid winkelcentrum te exploite- ren. De grote inkopen worden toch elders gedaan. In Haven dus alleen winkels voor de dagelijkse behoeften en een sterke toeristische uitstraling met seizoenwinkels daarvoor'.

Een groot deel van de respons acht woningbouw onder voorwaarden toelaatbaar. Voorwaarden die te maken hebben met de soort woningen, zoals: 'meer dure woningen voor een beter financieel draagvlak voor de middenstanders in het centrum'. 'Echter geen hoge woontorens.' 'Niet te grootschalig en laagbouw, ook sociale woningbouw.' 'Niet alleen dure villa's voor de 'happy few'.' 'Dure en 'gewone' woningen bij elkaar, gelegen in lieflijk groen, net als in Muziekwijk.' 'Er mogen best wel woningen in Haven gebouwd worden, maar meer 'tussen het groen' (wonen in de natuur) dan ten koste van het groen.' Dat zijn een aantal karakteristieke opmerkin- gen. Niet alleen maar dure woningen bouwen, alleen laagbouw, wonen in het groen, dat lijken de opvattingen te zijn van diegenen die onder voorwaarden woningbouw toelaatbaar achten. Voorwaarden, het zij hier herhaald, die in het algemeen worden geformuleerd, zonder dat nog van bepaalde lokaties sprake is.

2.2 Moet het winkelcentrum worden uitgebreid?
De gemeente motiveert de voorgenomen woningbouw in Haven onder meer door de door de gemeente wenselijk geachte uitbreiding van het winkelcentrum afhankelijk te stellen van die woningbouw. Voor een uitbreiding van het winkelcentrum zijn immers
meer inwoners en dus meer woningen nodig. Het aanbod aan winkels wordt verruimd en de vraag wordt daarop aangepast.

De animo voor uitbreiding van het winkelcentrum, meer winkels, blijkt aanzienlijk groter te zijn dan de animo voor woningbouw. De voorstanders van woningbouw maken 10,6% uit van de respons, maar de voorstanders van uitbreiding van het winkelcentrum maar liefst 34,3%, meer dan een derde deel. Het aandeel tegenstanders is overigens nog iets groter, 37,9%. De rest, 27,8%, laat zijn standpunt van bepaalde voorwaarden afhangen. De conclusie is, dat de aandelen voorstanders, tegenstanders en 'twijfelaars' elk ongeveer een derde deel uitmaken van de respons.

De relatie tussen bouwen van woningen in Haven en uitbreiding van het winkelcentrum wordt niet door iedereen gelegd; 20,5% van de voorstanders van uitbreiding van het winkelcentrum vindt dat er woningen moeten worden gebouwd, 37,3% van hen meent dat er niet mag worden gebouwd en 42,2% is onder voorwaarden voorstander van woningbouw. Hoewel de categorie 'onvoorwaardelijke' voorstanders van uitbreiding van het winkelcentrum dus ruim een derde bedraagt van het aantal respondenten, is daar weer ruim een derde deel van zonder meer tegenstander van woningbouw in Haven en een nog groter deel slechts onder voorwaarden voorstander van woningbouw. Een groot deel van de respondenten ziet dus de door de gemeente gelegde directe relatie in het geheel niet. Ook in de categorie respondenten die onder voorwaarden uitbreiding voorstaat van het winkelcentrum (iets minder dan een derde) is het aandeel tegenstanders van woningbouwaanzienlijk, 45,5%. Voor hen is woningbouw dus juist geen voorwaarde voor uitbreiding van het centrum.
Het aandeel respondenten dat zowel vóór woningbouw als uitbreiding is, is gering; 7,2% van de respondenten. Het aandeel dat tegen beide is, is drie keer zo groot; 21,9%. Dat zijn de categorieën die duidelijk wel een verband leggen tussen woningbouwen uitbreiding van het winkelcentrum en die combinatie hetzij afwijzen, hetzij helemaal zien zitten.

Houdt Haven Groen heeft een alternatief plan ontwikkeld voor het winkelcentrum. Geen uitbreiding met nog meer winkels en een extra supermarkt maar, naast een herinrichting van het huidig areaal, het afstemmen van het winkelbestand op de watersporters en badgasten. Winkels in beginsel voor alleen de dagelijkse levensbehoeften en winkels die iets met het thema 'water' te maken hebben. Het winkelcentrum zou een eigen thematiek moeten krijgen en alles behalve een standaard winkelcentrum moeten worden.
Het viel te verwachten dat de respondenten die zonder meer tegen het gemeentelijk plan zijn (37,9%) geporteerd zijn voor het alternatief van Houdt Haven Groen.
Dat blijkt ook zo: van diegenen is 83,8% voorstander van het alternatief. Opmerkelijk is echter dat een groot deel van de respondenten beide plannen wel ziet zitten;
van de 34,3% voorstanders van het gemeentelijk plan is maar liefst 78,2% tevens voorstander van het alternatief. Het alternatief wordt dus zowel door de tegenstanders van het gemeentelijk plan als de voorstanders hogelijk gewaardeerd en het alternatieve plan weet zich dan ook gesteund door 81 ,8% van de respons. Kennelijk zien velen overeenkomsten tussen beide plannen voor het centrum en die overeenkomsten zijn er ook. Beide plannen leggen een relatie tussen het centrum en het water van het Gooimeer en in beide plannen zit het 'halter'-model en een gedeeltelijke verplaatsing van winkels. Het verschil zit hem vooral in het feit, dat de gemeente toekomst ziet, en zelfs uitbreiding wil, van het areaal winkels in de niet-dagelijkse levensbehoeften-

Veel respondenten dragen ideeën aan voor de invulling van het centrum.
Een veel geuite klacht is, dat er veelleeg staat. 'Vul eerst de leegstand maar eens in en dan zien we wel verder', merken een paar respondenten op.
Diegenen die een uitbreiding voorstaan, zien die in veel gevallen bij voorkeur gerealiseerd in de vorm van vestiging van een Hema. Een vestiging van Albert Heijn wordt even vaak afgewezen als een vestiging van de Hema toegejuicht. Ook andere supermarkten worden niet wenselijk geacht, hoewel enkelen wel behoefte hebben aan een discountmarkt, zoals Aldi, Dirkson of Lidi.
In veel gevallen wordt de wens geuit tot een grotere mate van diversiteit in het winkelaanbod. 'Er zijn te veel drogisten en te veel dierenwinkels', merken sommigen op, 'kortom te veel van hetzelfde'. Gemist worden 'een grote kledingwinkel', een 'lingeriezaak', een 'doe-het-zelf zaak' en 'speciaalzaken'.

Vrij algemeen is het verlangen naar meer levendigheid in het centrum. Dat zou
kunnen worden bereikt door 'meer gezellige winkels', 'uitgaansgelegenheden voor de jeugd', 'gezellige terrasjes', 'kleine eethuisjes' en 'delicatessenwinkeltjes'. 'Het gaat om een kwaliteitsverbetering', merkt iemand op.

Een uitbreiding van het centrum zou volgens een aantal respondenten moeten plaatsvinden 'in de omgeving van het haventje', en wel in de vorm van 'café's, terrassen, eethuisjes e.d.'. Anderen suggereren vestiging van een 'visrestaurant,
een museum, een kinderspeeltuin'. 'Winkels meer richten op de waterrecreanten', is een opmerking die in dit kader gemaakt wordt. De roep om winkels die geen
onderdeel zijn van een keten is vrij algemeen. 'Ambachtelijke winkels' is een term die een enkeling gebruikt, met als voorbeelden 'een bakker, slager, zaak in huishoude- lijke artikelen'.
De aanwezigheid van bankgebouwen in het centrum wordt niet zeer op prijs gesteld. 'Banken er uit, winkels er in', vat een respondent bondig samen.

De relatie met het stadscentrum wordt een aantal malen genoemd. 'Men moet van het idee af om te 'concurreren' met Stad', raadt iemand aan, 'Doe iets aparts. Gericht op watersport of alleen tweedehands winkels of beperk je tot eerste levensbehoeften- winkels en uitgaansmogelijkheden, waarbij een echt winkelcentrum vlakbij is, Stad'. Een enkeling ziet het helemaal niet meer zitten met het centrum van Haven. 'Het zal nooit iets worden, het is gewoon verkeerd opgezet, te langgerekt en geen eenheid'. Anderen vinden de opzet ook verkeerd, maar komen met suggesties voor hoe het beter zou kunnen: 'een cirkelmodel bevordert doorloop, dus geen haltermodel'.
Een ander propageert juist wel het haltermodel: 'van Mariola tot Big L winkelvrij, voor woningen'.

Het idee om het winkelcentrum meer te richten op de waterrecreanten ondervindt brede steun, maar enkelen wijzen er tegelijkertijd op dat zo'n opzet sterk seizoengebonden is. Anderen zijn tegen dat idee; 'Uw plan is een zeepbel', meent een respondent, doelend op het alternatieve plan voor het centrum, 'ofwel: leuke dingen bepleiten zonder consequenties te aanvaarden. Voor meer levendigheid zijn meer mensen en dus meer woningen nodig'.

De conclusie is dat de toekomst van het winkelcentrum velen ter harte gaat.
Een enkeling ziet geen enkele toekomst meer voor het centrum weggelegd, maar het merendeel ziet die wel degelijk. Een concurrentie met Stad wordt afgewezen.
Een koppeling van het centrum met het water, een winkelaanbod dat is gericht op de dagelijkse levensbehoeften en op de waterrecreatie, zijn ideeën die breed gedragen worden. Daarbij wordt wel gewezen op het seizoenkarakter van zo'n invulling. De huidige opzet van het centrum wordt door velen als verkeerd beoordeeld,
zowel de ruimtelijke opzet als de branchering. De ruimtelijke opzet zou kunnen
worden verbeterd door toepassing van het haltermodel, een 'cirkel'-model of door een uitbreiding naar de kade. Deze laatste oplossing wordt het meest genoemd en die laat zich ook goed combineren met het haltermodelof met het 'cirkel'-model. De kade ziet men als wandelboulevard, met gezellige terrasjes en eethuisjes.
De branchering zou kunnen worden verbeterd door meer diversiteit aan winkels; bepaalde branches ontbreken (kleding, delicatessen, doe-het-zelf) en van andere zijn er weer teveel (drogisterijen).
Er blijkt behoefte aan winkels met een eigen karakter, geen ketens. Daarnaast echter wordt de Hema node gemist. Albert Heijn wordt breed afgewezen. Diegenen die een uitbreiding voorstaan van het winkelbestand wijzen in een aantal gevallen op de leegstand, die kan worden opgevuld. Het politiebureau wordt een enkele keer genoemd als mogelijke winkelruimte.
De koppeling met extra woningbouw wordt door een meerderheid niet gelegd; niet meer dan 7,2% van de respondenten wil extra woningbouw om een uitbreiding van het centrum draagvlak te geven.
Opvallend is het frequent gebruik van verkleinwoorden als ideeën voor het centrum worden geopperd; 'eethuisjes, winkeltjes, boetiekjes'. Blijkbaar wil men het centrum kleinschalig houden, ook bij uitbreiding.

2.3 De lokaties
In de enquête werd gevraagd of men woningbouw toelaatbaar vond in een aantal met name genoemde potentiële bouwlokaties. Daartoe zijn de lokaties gekozen die worden genoemd in de Ontwikkelingsvisie Almere-Haven, alsmede het Overgooi. Deze lokaties passeren in het onderstaande achtereenvolgens de revue.

De Oostrand
De Oostrand van Haven (achter de Wilgengriend, de Oostgriend en de Grasmeent) is momenteel in beeld als potentiële bouwlokatie.
In paragraaf 2.1 is al genoemd dat in De Meenten niet meer dan 4,8% van de
respons voorstander is van woningbouw in Haven in het algemeen en in De Grienden 10' 7%. In beide buurten bedraagt het percentage tegenstanders ongeveer de helft van de respons. De Meenten telt naar verhouding veel 'twijfelaars', die onder voorwaarden woningbouw in Haven toelaatbaar vinden.

De cijfers komen anders te liggen zodra de bewoners van de buurten Meenten en Grienden zich kunnen uitspreken over het al dan niet wenselijk zijn van woningbouw in de eigen buurt, dus de Oostrand.
De bewoners van De Meenten menen voor 83,2% dat woningbouw in de eigen buurt niet toelaatbaar is, terwijl slechts de helft meent dat woningbouw in Haven in het algemeen niet zou mogen. Het percentage voorstanders blijft nagenoeg gelijk; 4% van de bewoners van De Meenten is voor woningbouw in de eigen buurt.
In De Grienden zien we hetzelfde beeld; het percentage tegenstanders stijgt tot
78,2% als de eigen buurt in beeld wordt gebracht als mogelijke bouwlokatie en het percentage voorstanders daalt iets, tot 7,3%.
De overigen verbinden voorwaarden aan het al dan niet toelaatbaar zijn van woningbouw in de eigen buurt.

De bewoners van de buurten aan de westkant van Haven zijn aanzienlijk enthousiaster over het idee om woningen in de Oostrand te bouwen.
Van de bewoners van De Wierden is 22,4% voor en van De Gouwen 13,5%. Het percentage tegenstanders bedraagt in beide buurten ongeveer 67%.

Van de hele respons, dus van alle buurten, bedraagt het percentage voorstanders
van woningbouw in de Oostrand 11,6% en tegenstanders 71,9%. Uiteraard heeft de in verhouding grote respons in De Meenten, waar het percentage tegenstanders meer dan 80% is, hier een rol gespeeld. Maar in alle buurten is het percentage tegenstanders van bouwen in de Oostrand flink groter dan het percentage voorstanders.
De tegenstanders van bouwen in de Oostrand voeren als argumenten aan, dat het gebied fungeert als groene buffer en als natuur-, wandel- en fietsgebied. 'Dit landschap komt nooit terug', merkt een bewoner op.
De voorstanders menen dat in de Oostrand 'genoeg plek is dat totaal niet wordt gebruikt, behalve als hondenuitlaatplaats' en dat het 'weidegedeelte' daarom zou kunnen worden bebouwd. Een enkeling meent dat de animo voor volkstuinen
afneemt en dat 'kleinschalig bouwen met veel groen' ter plaatse van De Windhoek (overigens valt De Windhoek buiten de beoogde bouwlokatie) best zou kunnen. Diegenen die onder voorwaarden woningbouw in de Oostrand toelaatbaar vinden, noemen als voorwaarden een 'inrichting als parkgebied, met waterpartijen', 'alleen laagbouw', 'bosgebied handhaven', 'alleen ruime kavels met vrijstaande huizen, mede om de overgang naar Overgooi vloeiend te laten verlopen', 'mooie kleinschalige bouw' en 'inclusief enkele woontorens, mits niet hinderlijk'.

De strook Terpmeent/Dijkmeent, binnendijks
De strook die -binnendijks -loopt vanaf de manege via de Terpmeent naar de Dijkmeent, ongeveer tot aan de begraafplaats, is onderdeel van de potentiële bouwlokatie Oostrand/kustzone. In de enquête werden de lokaties Oostrand en Terpmeent/Dijkmeent uit elkaar gehaald.

De percentages voor- en tegenstanders van woningbouw in deze strook zijn nagenoeg gelijk aan die ten aanzien van de Oostrand; 11 ,9% van alle respondenten is voor en 72,6% tegen.

In de eigen buurt, De Meenten, is het percentage voorstanders uiterst gering; 4%. Het percentage tegenstanders bedraagt 93,6%. Er zijn dan ook nauwelijks 'twijfelaars".
Ook hier geldt dat het percentage voorstanders toeneemt en het percentage tegenstanders afneemt, als de respondenten aan de westkant van Haven wonen. In De Wierden bedraagt het percentage voorstanders 17,9% en in De Gouwen 17,3%. De percentages tegenstanders zijn respectievelijk 67,2% en 71,2%.

De tegenstanders van bebouwing in deze strook voeren aan dat 'dit toch uniek is met die dierenweiden' en dat bebouwing 'het woongenot voor bestaande woningen degradeert'. Enkelen merken op dat de strook bij de Dijkmeent gebruikt moet worden voor uitbreiding van de begraafplaats, waardoor voor woningbouw daar geen ruimte meer zou zijn.
De voorstanders menen dat de 'kale vlaktes' slechts als 'uitlaat voor honden' worden benut en dat daarom nieuwbouw wel zou kunnen. Enkelen merken op dat in de Terpmeent 'een enkele extra, lage flat' eventueel zou kunnen worden gebouwd.

Buitendijks, bij de jachthaven en het strand
Het gebied buitendijks, bij de jachthaven en het strand, maakt deel uit van de mogelijke bouwlokatie Kustzone/Oostrand .

Ook deze lokatie is weinig populair als bouwlokatie. Van alle respondenten is 12,5% voor bebouwing en 75,2% tegen.
Van de buitendijks of op de dijk woonachtige respondenten is 93,3% tegen, maar het gaat hier om een zeer klein aantal respondenten.

De tegenstanders zijn van mening dat het hier gaat om een 'prachtig natuurgebied'
en dat 'de dijk en de haven nu een wandelzone zijn met een weidse allure en dat bij woningbouw het Gooimeer en de horizon uit het zicht zouden verdwijnen'.
Eén respondent merkt op dat 'een goede haven meer inkomsten geeft voor de winkeliers dan ingezetenen die tot hun nek in de financiële problemen zitten'.
De voorstanders menen dat woningbouw 'goed is voor de centrale functie van het centrum'.
Diegenen die onder voorwaarden woningbouw voorstaan, wensen 'kleinschalige, geen gestapelde bouwen niet ten koste van het manifestatieveld'.

Schiereilanden in het Gooimeer
Het Gooimeer wordt in de Nota van Uitgangspunten Kustzone/Oostrand genoemd als mogelijke bouwlokatie, waarbij bebouwing in de vorm van schiereilanden ter hoogte van de Terp- en Dijkmeent zou kunnen plaatsvinden.
Het blijkt dat de percentages voor- en tegenstanders ten aanzien van deze lokatie goed in de pas lopen met die van de eerder genoemde mogelijke bouwlokaties; 11,7% is voor en 74,8% is tegen. Van de bewoners van De Meenten,
de aansluitende buurt, is 73,6% tegen, ongeveer het percentage voor de respons als geheel.

De tegenstanders wijzen op het risico van bouwen buitendijks, namelijk het gevaar van overstroming van deze lokatie. Ook wordt gevreesd dat bebouwing de stabiliteit van de dijk in gevaar zou kunnen brengen.
Andere bezwaren richten zich tegen de aantasting van de 'sfeer die het Gooimeer uitademt. ledereen geniet van water met groen omrand en niet van water waar je aan de horizon huizen ziet'.
De voorstanders zien een combinatie van woningbouw met ontwikkeling van de waterrecreatie .
Diegenen die voorwaardelijk voorstander zijn van bebouwing in het Gooimeer
noemen als voorwaarden het behoud van het uitzicht vanaf de dijk op het meer en 'alleen laagbouw'.

De westrand van Haven (achter de Hoven, Wierden en Gouwen)
De westrand van Haven komt in de Ontwikkelingsvisie Almere-Haven op termijn, na de Oostrand/kustzone, in aanmerking voor woningbouw.

Hoewel de respondenten ook deze lokatie in meerderheid afwijzen (65,4%), ondervindt de westrand van alle mogelijke bouwlokaties de geringste tegenstand.
Het percentage voorstanders bedraagt 11 ,5% en de 'twijfelaars' maken 23, 1% uit van de respons.

De bewoners van de buurten aan de westkant zijn uiteraard het meest betrokken.
Hier is de tegenstand ook het sterkst. In De Wierden is het percentage tegenstanders 73,1%, in De Gouwen 75% en in De Hoven 88,9%.
Dat het overall percentage tegenstanders niet meer dan 65,4% bedraagt, komt door de respondenten uit De Meenten, precies aan de andere kant van Haven, waarvan niet meer dan 60,3% tegen bebouwing aan de westrand is. Van hen is 12,4% uitgesproken voorstander van woningbouwaan de westrand.
De tegenstanders van woningbouwaan deze kant van Haven vinden dat het na het bouwen van De Velden maar afgelopen moet zijn met woningbouw in dit deel van Haven.

De voorstanders lichten in geen enkel geval hun antwoord toe.
Wel wordt het standpunt dat onder voorwaarden woningbouw hier mogelijk moet zijn, omstandig toegelicht. Een aantal respondenten is geen tegenstander van eventuele bebouwing van het sportpark De Wierden, maar tekent wel bezwaar aan tegen even- tuele aantasting van bos. 'Zorgvuldig met groen en ruimte omgaan', raadt een respondent aan. Gepleit wordt voor handhaving van een groene zone vanuit het bestaand woongebied richting Beginbos. 'Kleinschalig', 'laagbouw', 'veel groene plekken', 'ook seniorenwoningen', zijn een aantal wensen die worden geuit.

Groene plekken in de buurten
Een aantal groene plekken in de buurten wordt in de Ontwikkelingsvisie Almere- Haven genoemd als eventueel in later stadium nader af te wegen bouwlokaties.

De tegenstand tegen eventuele bebouwing van de groene plekken in de buurten is algemeen. Maar liefst 90,9% van de respondenten is daar vierkant tegen. Dat spoort goed met het onderzoeksresultaat dat 86,2% van alle respondenten vindt dat het areaal openbaar groen in Haven niet zou mogen worden verminderd.

Overgooi
Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om de mening van de bewoners te vragen over het gemeentelijk plan om het Overgooi te bebouwen. Weliswaar is dat plan niet opgenomen in de Ontwikkelingsvisie Almere-Haven en kent het een eigenstandige planprocedure, maar het plan heeft raakvlakken met de ontwikkeling van Haven. Zo wordt door de gemeente een positief effect verwacht van het bouwen van een woonwijk Overgooi op het draagvlak van de voorzieningen in Haven en dient een verkeersrelatie tussen beide woongebieden tot stand te worden gebracht.

Opvallend is dat veel respondenten niet blijken te weten, wat met 'Overgooi' wordt bedoeld. Van de respondenten weet 8, 7% dat niet.
Van diegenen die het wel weten, is 13,3% voor en 60,5% tegen. Dat is een hoger percentage dan dat van de respondenten die tegen bebouwing in Haven zijn (47,7%). Van de respondenten in De Meenten is 65% tegen en dat is van invloed op het hoge percentage tegenstanders in Haven als geheel. Het percentage tegenstanders in De Grienden is 61,8%. Overigens is het percentage tegenstanders onder de respondenten in de buurten aan de andere kant van Haven ook aan de hoge kant;
in De Gouwen 53,2%, in De Hoven 51 ,3% en in De Wierden 70,3%, een uitschieter.

Zeer veel respondenten lichten hun antwoord met betrekking tot het bebouwen van Overgooi uitvoerig toe.
'Uniek stukje Almere, doodzonde om dat vol te bouwen', is een veel gedane
uitspraak. 'Een buffer tussen verstedelijking en het natuurgebied met het Cirkelbos. Rust en recreatie is van zéér groot belang'. 'Waar kan je nog koeien in de wei zien?'. 'Deze landelijke omgeving, die echt bij Haven past, moeten wij toch niet laten verpesten door het bouwen van een wijk, waar toch enkel maar bobo's kunnen en komen te wonen'. 'Een troosteloos voorstel. Waar vind je dat: boerderijen zo dicht bij de stad. Uniek!'.
De tegenstanders wijzen vaak op het Almeerder Hout, waar nog genoeg ruimte aanwezig wordt verondersteld voor dure villabouw.
Ook de motivatie van de gemeente om het Overgooi te bebouwen, wordt breed bestreden. 'Bewoners van Overgooi gaan echt niet in Haven boodschappen doen', wordt een aantal malen opgemerkt. 'Deze Gooise yuppen en andere patsers stappen in hun auto's en rijden naar Stad om daar inkopen te doen'. En ook 'de premisse van de gemeente' dat 'waar directeuren wonen, ook de bedrijven komen' wordt bestreden, waarbij wordt gewezen op Wassenaar en Huizen, waar tal van bank- en andere directeuren 'knus bij elkaar' wonen, maar waar desondanks de bijbehorende bedrijven ontbreken.

De voorstanders van woningbouw in het Overgooi zijn minder scheutig ten aanzien van het toelichten van dat standpunt.
Een enkeling veronderstelt dat, als Overgooi wordt gebouwd, de groene randen in Haven gespaard zullen blijven, met name de Oostrand, die dan als groene buffer tussen Haven en Overgooi zou kunnen dienen.

Een aantal respondenten verbindt voorwaarden aan hun steun voor het bebouwen van het Overgooi. Die voorwaarden zijn divers; zowel 'niet uitsluitend miljonairs- woningen' wordt genoemd als voorwaarde als 'uitsluitend met extreem dure woningen bebouwen, zeer grote kavels'.

3. Conclusies

De uitkomsten van de enquête naar de omvang van het draagvlak onder de Havenaren voor de woningbouwplannen van de gemeente ten aanzien van Haven en het Overgooi hebben een slechts betrekkelijke betekenis. Wij hebben niet de pretentie dat ze significant zijn voor de gehele populatie.
Desondanks hebben de resultaten van het onderzoek waarde. ledereen in Haven
was immers in de gelegenheid om mee te doen en om blijk te geven van haar of zijn opvattingen. Diegenen die mee hebben gedaan, deden dat met overtuiging.
De cijfers die uit dit onderzoek naar voren zijn gekomen, zijn de enige die er bestaan ten aanzien van het draagvlak onder de bevolking van Haven voor de gemeentelijke plannen voor woningbouwen uitbreiding van het winkelcentrum. Nog nimmer is de bevolking van Haven op die manier betrokken bij de gemeentelijke planvorming.

De belangrijkste conclusie uit dit onderzoek is, dat de omvang van het 'harde' draagvlak voor woningbouw niet meer bedraagt dan 10,6% van de respons.
Weliswaar vindt bovendien 41,7% dat afhankelijk van bepaalde voorwaarden woningen in Haven zouden mogen worden gebouwd, maar dat percentage daalt sterk zodra lokaties kunnen worden aangegeven voor die eventuele woningbouw. Bijna de helft (47,7%) van de respons is zonder meer tegen woningbouw.
Voor elke mogelijke bouwlokatie in Haven geldt, dat het percentage tegenstanders dat van de voorstanders overtreft. Dat geldt voor de groene randen van de huidige bebouwing, voor het buitendijkse gebied en voor de groene plekken in de buurten- Datzelfde geldt ook voor Overgooi. De minste weerstand bestaat tegen eventuele bebouwing aan de westrand, maar ook daar is de meerderheid van de respondenten tegen. Het geringst is het enthousiasme voor eventuele bebouwing van de groene plekken in de buurten. Een grote meerderheid vindt dat het groen in Haven in het geheel niet mag worden aangetast.
In het algemeen is men sterker tegen bebouwing van een lokatie, naarmate men daar dichter in de buurt woont. Gezien de oververtegenwoordiging van De Meenten,
waar 12,5% van de bewoners de enquête invulde, is de animo voor bebouwing aan de westrand van Haven in verhouding nog het grootst, maar nog altijd een minderheid.
Uit de enquête blijkt, dat de (eventuele) voorstanders van woningbouw doorgaans een voorkeur hebben voor laagbouw, kleinschalig bouwen, veel groen, niet alleen maar dure huizen, ruimte voor ook seniorenwoningen. Kortom, een wijze van bouwen die men in Haven gewend is.
Het Overgooi wordt algemeen als een uniek gebied binnen Almere gezien, dat het behouden waard is. Er wordt niet van uitgegaan, dat bebouwing van Overgooi positieve effecten zou hebben voor Haven.

Aanzienlijk groter is het enthousiasme voor uitbreiding van het winkelcentrum, meer winkels. De voorstanders, tegenstanders en 'eventuele voorstanders' maken elk ongeveer een derde uit van de respons. Ook het alternatief van Houdt Haven Groen kan op veel supporters rekenen. Kennelijk ziet men meer overeenkomsten dan verschillen.
Trefwoorden zijn (ook) hier kleinschaligheid, variatie, gezelligheid, mikken op watersporters. Streven naar concurrentie met Stad wordt als zinloos gezien en dus afgewezen. Duidelijk blijkt de behoefte aan een eigen gezicht voor het centrum van Haven, een voor Haven specifieke invulling. De huidige ruimtelijke opzet en branchering ondervinden veel kritiek.
Ten aanzien van de ruimtelijke opzet wordt een koppeling met de haven toegejuicht. Aan de kade ziet men bij voorkeur horeca, terrassen en voorzieningen voor de ~; watersport.
Wat de branchering betreft, vindt men doorgaans dat er teveel drogisten en bankeli zijn en te weinig kledingwinkels en speciaalzaken.
Voor een aantal is het voldoende als het centrum, naast voorziening in de behoeften van de waterrecreanten, alleen maar zou kunnen voorzien in de dagelijkse levensbehoeften van de Havenaren. Voor de niet-dagelijkse levensbehoeften gaat
men toch naar Stad, waar meer keuze is. Wel wordt de Hema frequent genoemd als een vestiging waar behoefte aan bestaat. Een vestiging van Albert Heijn wordt breed afgewezen .
Een onvoorwaardelijke koppeling tussen uitbreiding van het centrum en woningbouw wordt door zeer weinigen gelegd. Kennelijk gaat men er in meerderheid van uit dat uitbreiding van het winkelcentrum, uiteraard voor zover men daar vóór is, kan worden gedragen door de huidige bevolking en de recreanten.

Bijlagen - Tabellen

Tabel B-1 Moeten er in haven woningen worden gebouwd?
Buurt Ja, wel bouwen Nee, niet bouwen Hangt er van af Totaal
Meenten 6 63 55 124
Grienden 6 27 23 56
Werven 7 13 28 48
Hoven 5 24 17 46
Wierden 12 34 21 67
Gouwen 6 27 19 52
Marken 8 21 25 54
Centrum 0 7 8 15
Buitendijks 0 9 1 10
Totaal 50 225 197 472

 

Tabel B-2 Vindt u dat het winkelcentrum moet worden uitgebreid?
Buurt Ja Nee Hangt er van af Totaal
Meenten 37 53 32 122
Grienden 29 16 11 56
Werven 14 21 12 48
Hoven 15 21 11 47
Wierden 28 17 22 67
Gouwen 12 27 13 52
Marken 21 14 19 54
Centrum 3 4 8 15
Buitendijks 3 6 2 11
Totaal 162 179 131 472

 

Tabel B-3 Moet er gebouwd worden in Haven?
Moet het winkelcentrum worden uitgebreid?
uitbreiding/
meer winkels
Ja, meer winkels Nee, niet meer winkels Hangt er van af Totaal
Ja, wel bouwen 34 7 10 51
Nee, niet bouwen 62 104 60 226
Hangt er van af 70 66 62 195
Totaal 166 177 132 475

 

Tabel B-4 Vindt u het alternatief van Houdt Haven Groen een goed plan?
Moet het winkelcentrum worden uitgebreid?
uitbreiding/
meer winkels
Ja, alternatief is goed Nee, alternatief is niet goed Hangt er van af Totaal
Ja 129 10 26 165
Nee 150 5 24 179
Hangt er van af 111 5 17 133
Totaal 390 20 67 477

 

Tabel B-5 Vindt u dat er gebouwd mag worden in de Oostrand (achter de Wilgengriend, Oostgriend, Grasmeent)?
Buurt Ja, wel bouwen Nee, niet bouwen Hangt er van af Totaal
Meenten 5 104 16 125
Grienden 4 43 8 55
Werven 11 27 10 48
Hoven 4 35 7 46
Wierden 15 45 7 67
Gouwen 7 35 10 52
Marken 8 29 17 54
Centrum 1 12 2 15
Buitendijks 0 10 1 11
Totaal 55 340 78 473

 

Tabel B-6 Vindt u dat er woningen mogen worden gebouwd in de strook Terpmeent / Dijkmeent (binnendijks)?
Buurt Ja, wel bouwen Nee, niet bouwen Hangt er van af Totaal
Meenten 5 117 3 125
Grienden 7 34 13 54
Werven 6 28 14 48
Hoven 5 34 6 45
Wierden 12 45 10 67
Gouwen 9 37 6 52
Marken 11 25 17 53
Centrum 0 13 2 15
Buitendijks 1 8 2 11
Totaal 56 341 73 470

 

Tabel B-7 Vindt u dat er woningen mogen worden gebouwd bij de jachthaven en het strand (huidig buitedijks gebied)?
Buurt Ja, wel bouwen Nee, niet bouwen Hangt er van af Totaal
Meenten 17 91 17 125
Grienden 9 40 7 56
Werven 8 33 7 48
Hoven 3 34 8 45
Wierden 9 52 6 67
Gouwen 7 40 5 52
Marken 6 41 7 54
Centrum 0 14 1 15
Buitendijks 0 10 0 10
Totaal 59 355 58 472

 

Tabel B-8 Vindt u dat er woningen mogen worden gebouwd op schiereilanden in het Gooimeer?
Buurt Ja, wel bouwen Nee, niet bouwen Hangt er van af Totaal
Meenten 12 92 21 125
Grienden 8 43 4 55
Werven 6 35 7 48
Hoven 2 36 6 44
Wierden 9 51 7 67
Gouwen 7 35 10 52
Marken 9 37 6 52
Centrum 2 11 2 15
Buitendijks 0 11 0 11
Totaal 55 351 63 469

 

Tabel B-9 Vindt u dat er woningen mogen worden gebouwd aan de westkant van Haven (Hoven, Wierden, Gouwen)?
Buurt Ja, wel bouwen Nee, niet bouwen Hangt er van af Totaal
Meenten 15 73 33 121
Grienden 5 32 18 55
Werven 8 28 12 48
Hoven 1 40 4 45
Wierden 7 49 11 67
Gouwen 7 39 6 52
Marken 9 27 18 54
Centrum 2 10 3 15
Buitendijks 0 8 3 11
Totaal 54 306 108 468

 

Tabel B-10 Vindt u dat de groene plekken in de buurten mogen worden bebouwd met woningen?
Buurt Ja, wel bouwen Nee, niet bouwen Hangt er van af Totaal
Meenten 0 116 9 125
Grienden 0 51 5 56
Werven 0 42 6 48
Hoven 1 44 0 45
Wierden 1 60 6 67
Gouwen 2 44 5 51
Marken 1 49 4 54
Centrum 0 13 2 15
Buitendijks 0 10 1 11
Totaal 5 429 38 472

 

Tabel B-11 Vindt u dat Overgooi moet worden gebouwd?
Buurt Ja, wel bouwen Nee, niet bouwen Hangt er van af Totaal
Meenten 11 78 31 120
Grienden 4 34 17 55
Werven 6 26 13 45
Hoven 7 20 12 39
Wierden 8 45 11 64
Gouwen 11 25 11 47
Marken 9 25 18 52
Centrum 2 8 2 12
Buitendijks 1 7 1 9
Totaal 59 268 116 443

 

Tabel B-12 Vindt u dat er wel wat minder groen mag zijn in Haven?
Moeten in Haven woningen worden gebouwd?
Bouwen Ja, minder groen mag Nee, niet minder groen Hangt er van af Totaal
Ja, wel bouwen 13 20 18 51
Nee, niet bouwen 2 220 5 227
Hangt er van af 4 171 24 227
Totaal 19 411 47 477

 

Tabel B-13 Woningbouw in Oostrand?
Moeten in Haven woningen worden gebouwd?
Bouwen Ja, in Oostrand Nee, niet in Oostrand Hangt er van af Totaal
Ja, wel bouwen 32 9 10 51
Nee, niet bouwen 5 207 15 227
Hangt er van af 18 124 57 199
Totaal 55 340 82 477

 

Tabel B-14 Woningbouw in zone Terp- / Dijkmeent?
Moeten in Haven woningen worden gebouwd?
Bouwen Ja, in zone terp/dijkm. Nee, niet in zone terp/dijkm. Hangt er van af Totaal
Ja, wel bouwen 26 17 8 51
Nee, niet bouwen 7 202 16 225
Hangt er van af 23 124 51 198
Totaal 56 343 75 474

 

Tabel B-15 Woningbouw buitendijks bij jachthaven?
Moeten in Haven woningen worden gebouwd?
Bouwen Ja, bij jachthaven Nee, niet bij jachthaven Hangt er van af Totaal
Ja, wel bouwen 29 15 7 51
Nee, niet bouwen 9 202 14 225
Hangt er van af 21 141 38 200
Totaal 59 358 59 476

 

Tabel B-16 Woningbouw in het Gooimeer?
Moeten in Haven woningen worden gebouwd?
Bouwen Ja, in Gooimeer Nee, niet in Gooimeer Hangt er van af Totaal
Ja, wel bouwen 23 19 9 51
Nee, niet bouwen 9 197 18 224
Hangt er van af 24 137 37 198
Totaal 56 535 64 473

 

Tabel B-17 Woningbouw aan de westkant?
Moeten in Haven woningen worden gebouwd?
Bouwen Ja, aan de westkant Nee, niet aan de westkant Hangt er van af Totaal
Ja, wel bouwen 28 10 12 50
Nee, niet bouwen 7 197 20 224
Hangt er van af 19 99 79 197
Totaal 54 306 111 197

 

Tabel B-18 Woningbouw in het groen in de buurten?
Moeten in Haven woningen worden gebouwd?
Bouwen Ja, inhet buurtgroen Nee, niet in het buurtgroen Hangt er van af Totaal
Ja, wel bouwen 3 33 15 51
Nee, niet bouwen 2 218 4 224
Hangt er van af 0 180 20 200
Totaal 5 431 39 475

 

Tabel B-19 Woningbouw in Overgooi?
Moeten in Haven woningen worden gebouwd?
Bouwen Ja, in Overgooi Nee, niet in Overgooi Hangt er van af Totaal
Ja, wel bouwen 28 10 11 49
Nee, niet bouwen 9 173 34 216
Hangt er van af 23 85 75 183
Totaal 60 268 120 448

Enquête draagvlak

  1. In welke buurt woont u?
    In:.....
  2. Vindt u dat er woningen in Haven moeten worden gebouwd?
    Ja / Nee / Hang er van af
  3. Vindt u dat het winkelcentrum moet worden uitgebreid (meer winkels)?
    Ja / Nee / Hang er van af
  4. Vindt u het alternatief van Houdt Haven Groen voor het centrum een goed plan?
    Ja / Nee / Hang er van af
  5. Vindt u dat er wel wat minder groen in Haven mag zijn?
    Ja / Nee / Hang er van af
  6. Vindt u dat er woningen mogen worden gebouwd in het groen in de oostrand van Haven (achter de Oostg riend!G rasmeent)?
    Ja / Nee / Hang er van af
  7. Vindt u dat er woningen mogen worden gebouwd in de strook Terpmeent/Dijkmeent (binnendijks)?
    Ja / Nee / Hang er van af
  8. Vindt u dat er woningen mogen worden gebouwd bij de jachthaven en het strand (huidig buitendijks gebied)?
    Ja / Nee / Hang er van af
  9. Vindt u dat er woningen mogen worden gebouwd op schiereilanden in het Gooimeer?
    Ja / Nee / Hang er van af
  10. Vindt u dat er woningen mogen worden gebouwd aan de westkant van Haven (Hoven, Wierden, Gouwen)?
    Ja / Nee / Hang er van af
  11. Vindt u dat de groene plekken in de buurten mogen worden bebouwd met woningen?
    Ja / Nee / Hang er van af
  12. Vindt u dat Overgooi moet worden gebouwd?
    Ja / Nee / Hang er van af
  13. Toelichting (graag vermelden bij welke vraag).
    (Graag vermelden bij welke vraag)................

naar boven