Brief aan College en Raad over Uitbreidingsplannen begraafplaats Almere Haven



Brief aan College en Raad over Uitbreidingsplannen begraafplaats Almere Haven

10 januari 2005

Geachte Heer, Mevrouw,

Graag uw aandacht voor het volgende:

Uitbreidingsplannen begraafplaats Almere Haven.

Inleiding:
De stedenbouwkundige structuur van Almere Haven wordt goeddeels bepaald door de groene wiggen, die vanuit de groene randen van Haven tot aan het centrum doordringen. Eén zo’n groene wig loopt vanuit het huidige Overgooi langs de dijk en eindigt in de begraafplaats. Deze groene wig is ontworpen als een metafoor voor het platteland en vormt de schakel tussen het aanvankelijk agrarische buitengebied en de centrumbebouwing van Haven. In feite is deze groene wig al onderdeel van het bebouwd gebied, maar doet door de vormgeving herinneren aan het platteland. Dat effect wordt bereikt door het concentreren van de woonbebouwing op terpen, als boerderijen in laag gelegen gebieden, en het omgeven van die woonterpen door groene vlakten als weiden en akkers. Dit hybride landschap vindt zijn eindpunt en bekroning in de begraafplaats. Hier geen woonterpen, maar terpvormige grafvelden. De begraafplaats is met opzet dicht tegen de haven en het centrumgebied aan gesitueerd. Het rijk van de dood sluit aan op dat deel van Haven dat het meest levendig is. De doden liggen hier niet weggestopt op een achteraf gelegen terrein, maar bevinden zich in het hart van de dorpsgemeenschap. Om die reden ook loopt het fietspad dat vanuit het centrum van Haven naar de oostelijke woonbuurten leidt over de begraafplaats, tussen de grafvelden door.
Deze begraafplaats is in de loop der jaren een wezenlijk onderdeel van het centrum geworden en wordt door veel Havenaren hoog gewaardeerd.

Het uitbreidingsontwerp:
Over de kwaliteit van dit uitbreidingsontwerp als zodanig valt o.i. niet te twisten. Het stijlverschil tussen dit ontwerp en de bestaande begraafplaats is naar onze mening te groot.
In de toelichting op het uitbreidingsontwerp worden de ontwerpkwaliteiten van de bestaande begraafplaats onderkend, maar in het uitbreidingsontwerp zelf ontkend. Een motivatie om een rechthoekig ontwerp, dat doet denken aan een fortificatie met bastions, te leggen naast het bestaand ontwerp met zijn ovale, harmonisch in het landschap liggende, grafvelden wordt niet gegeven. Het is niet duidelijk waarom gekozen is voor een vorm die zo scherp contrasteert met het bestaande. Dat daardoor de landschapsarchitectuur van de begraafplaats als geheel wordt geaccentueerd en versterkt valt niet in te zien. Het bestaande grafterpenlandschap raakt immers verscholen achter een hoge wal, die men moet passeren (fietspad) om de bestaande begraafplaats te bereiken.
Van een soepele aansluiting op de bestaande begraafplaats is geen sprake. De drie massieve nieuwe grafheuvels zijn bruut naast de bestaande, andersvormige terpen gelegd. Het geheel van bestaand en nieuw vormt geen eenheid, maar valt uiteen in twee sterk van elkaar afwijkende delen.
De relatie met het achterliggende bewoonde gebied ontbreekt evenzeer. De nieuwe grafheuvels vormen een wal, waar men vanuit dat woongebied op uitkijkt zonder het achterliggende nog te kunnen zien. De rij hoge bomen die langs deze wal is gesitueerd versterkt het gevoel dat de begraafplaats is afgegrendeld van de bewoonde wereld. Vanuit de oostelijke woonbebouwing kan de begraafplaats alleen nog bereikt worden via een poort, met aan weerszijden tot 6 meter hoge taluds.
De enige duidelijke relatie tussen de nieuwe uitbreiding en de omgeving is die met de dijk. Het grondlichaam lijkt deel uit te maken van de aangrenzende dijk, staat in de toelichting. Dit lijkt ook ons juist, maar waarom dat zo zou moeten zijn, wordt niet verklaard. Ons lijkt een voortzetting van de dijk in de begraafplaats onlogisch. Het kerkhof zou juist in de beschutting van de dijk moeten liggen en goed moeten aansluiten op de bestaande dorpsbebouwing. Op dat punt schiet het ontwerp voor de uitbreiding tekort.
Ondanks de bewering van het tegendeel, betekent de uitbreiding dan ook een breuk met de opvatting die ten grondslag ligt aan het ontwerp voor de bestaande begraafplaats. Niet alleen is de vormentaal van de nieuwe uitbreiding totaal anders, ook de planfilosofie is dat.
Daarbij gaat het om méér dan het "in de huidige tijd plaatsen van het onderliggend concept voor de begraafplaats". Het ontwerp is namelijk mede gebaseerd op een "mogelijke nieuwe oostelijke aansluiting van de weg over de dijk op de Oosterdreef en het centrum". Rijkelijk voorbarig, omdat de besluitvorming over een dergelijke aansluiting nog moet plaatsvinden, uiteraard in relatie tot de toekomst van de weg over de dijk. Onze vereniging is, zoals bekend, tegen het openstellen van de weg over de dijk voor autoverkeer. Deze openstelling zou alleen een verplaatsing en toename van het sluipverkeer betekenen.
Nog enige detailopmerkingen over het ontwerp: het islamitisch deel is zo ingesloten dat elke uitbreiding daarvan onmogelijk is. Voorts ontbreekt in het ontwerp een urnenmuur.

Procedureel:
"Houdt Haven Groen" is niet voor de informatie avond op 29-11-’04 uitgenodigd. De aankondiging van deze avond in een artikeltje in de Almere Vandaag van 26-11-’04 is laat en niet opvallend geplaatst.
Het programma van eisen dat aan het ontwerp ten grondslag zal hebben gelegen, is niet duidelijk.
Omwonenden zijn pas in kennis gesteld van het plan tot uitbreiding in het stadium van het definitief ontwerp.
Dat het om een definitief ontwerp gaat blijkt slechts uit de verklarende tekst die onder de ontwerptekening op de voorkant van het document staat.
Daarom vragen wij ons af of op het ontwerp nog invloed kan worden uitgeoefend. Of is dat alleen mogelijk als de gemeente teruggaat naar "af"?
Daarbij is het ons niet duidelijk welke inspraak-, samenspraak- of participatieprocedure is of wordt gevolgd. Wij houden het erop, dat de omwonenden niet méér dan geïnformeerd zijn over het ontwerp, en wel pas toen dat al de status had van Definitief Ontwerp.

Conclusie:
Hoewel het ontwerp als zodanig kwaliteit heeft, is het naar onze mening als uitbreiding van de bestaande begraafplaats niet aanvaardbaar. Wij zien liever een uitbreiding die een voortzetting betekent van de huidige vormgeving waardoor een goede koppeling met zowel de bestaande begraafplaats als met de woonbuurten oostwaarts tot stand komt en er een harmonisch geheel van oud en nieuw ontstaat.
De omwonenden en de bevolking van Haven als geheel zijn pas ingelicht toen het ontwerp al definitief was en zijn niet bij de ontwerpvorming betrokken geweest.
Graag vernemen wij of er alsnog mogelijkheden worden geboden tot discussie over het ontwerp en zo ja, welke procedure dan zal worden gevolgd en wanneer de bestemmingsplanprocedure zal worden ingezet.
uw antwoord met belangstelling tegemoet ziend,
namens het bestuur,

C. Hoekendijk-Wesselman, secretaris
G.J.M. Slokkers, bestuurslid


In antwoord op onze e-mail brief ontvingen wij reacties van verschillende raadsleden en een brief van Burgemeester en Wethouders; in deze laatste brief werd de hele procedure zoals die is gevolgd uiteen gezet. Omdat uit onze mail bleek dat de verstrekte schriftelijke toelichting ons niet op alle punten de gewenste duidelijkheid had verschaft waren bovendien de architect en de projectleider graag bereid om in een gesprek met het bestuur het ontwerp nader toe te lichten. Dit gesprek is in een prettige sfeer gehouden en heeft ons op onderdelen duidelijkheid verschaft. Onze bedenkingen tegen het plan zijn er niet door weggenomen en daarom hebben wij op 12 februari 2005 de hier volgende zienswijze ingediend:

Geacht College,

Bij deze dienen wij onze zienswijze in omtrent het voornemen om een vrijstelling van het geldend bestemmingsplan te verlenen ten behoeve van uitbreiding van de begraafplaats in Almere Haven.

Voorop gesteld zij, dat we tegen uitbreiding als zodanig geen bezwaar hebben. Sterker nog, wij hebben daar in het verleden tijdens een gemeentelijke informatie avond die op de ontwikkeling van Haven betrekking had om gevraagd.

In de toelichting bij het voornemen tot vrijstelling, zoals die mede ter inzage ligt, wordt o.a. opgemerkt “dat er geen zienswijzen omtrent het plan zijn ontvangen”. Deze vermelding komt ons vreemd voor; navraag heeft geleerd dat hiermee bedoeld wordt dat geen zienswijzen zijn ingediend op het voornemen de begraafplaats uit te breiden zoals is voorgesteld in het Concept Ontwikkelingsplan kustzone en oostrand Almere Haven, mei 1999.

Onze zienswijze richt zich op de vorm van de beoogde uitbreiding, de wijze waarop de beoogde uitbreiding zich verhoudt tot de bestaande planfilosofie en op de totnogtoe gevolgde procedure.


Inleiding:
De stedenbouwkundige structuur van Almere Haven wordt goeddeels bepaald door de groene wiggen, die vanuit de groene randen van Haven tot aan het centrum doordringen. Eén zo’n groene wig loopt vanuit het huidige Overgooi langs de dijk en eindigt in de begraafplaats.
Deze structuur wordt, waar het om de begraafplaats gaat, genoemd en als kwaliteit behouden in het Ontwikkelingsplan Kustzone en Oostrand Almere Haven. Dit plan is, met bijlagen en de gebundelde reacties van de bevolking, op 21-12-1999 vastgesteld door het College van Burgemeester en Wethouders.

Het uitbreidingsontwerp:
Over de kwaliteit van dit uitbreidingsontwerp als zodanig valt o.i. niet te twisten.
Het stijlverschil tussen dit ontwerp en de bestaande begraafplaats is naar onze mening te groot. Het verbreekt de bestaande relatie met het achterliggende bewoonde gebied. De nieuwe grafheuvels vormen een wal, waar men vanuit dat woongebied op uitkijkt zonder het achterliggende nog te kunnen zien. De rij hoge bomen die langs deze wal is gesitueerd versterkt het gevoel dat de begraafplaats is afgegrendeld van de bewoonde wereld. Het open karakter van de Meenten gaat hierdoor verloren terwijl het Ontwikkelingsplan Kustzone en Oostrand Almere Haven dit als kwaliteit benoemt en wil handhaven: “Door twee of drie nieuwe terpen te maken, die aansluiten op de bestaande terpen, wordt de uitbreiding aangepast in het open karakter van de Meenten.”

De enige duidelijke relatie tussen de nieuwe uitbreiding en de omgeving is die met de dijk. Het grondlichaam lijkt deel uit te maken van de aangrenzende dijk, staat in de toelichting. Waarom dat zo zou moeten zijn wordt niet verklaard. Het lijkt ons onlogisch; het kerkhof zou juist in de beschutting van de dijk moeten liggen en goed moeten aansluiten op de bestaande bebouwing.
Ondanks de bewering van het tegendeel, betekent de uitbreiding dan ook een breuk met de opvatting die ten grondslag ligt aan het ontwerp voor de bestaande begraafplaats. Niet alleen is de vormentaal van de nieuwe uitbreiding totaal anders, ook de planfilosofie is dat
Het gaat daarbij om méér dan het “in de huidige tijd plaatsen van het onderliggend concept voor de begraafplaats”. Het ontwerp is namelijk mede gebaseerd op een “mogelijke nieuwe oostelijke aansluiting van de weg over de dijk op de Oosterdreef en het centrum”, een aansluiting die niet in het Ontwikkelingsplan genoemd wordt. Volgens het Ontwikkelingsplan zal de auto-ontsluiting voor het plandeel Binnendijks bij de Meenten plaatsvinden via de weg door de Meenten. Voor deze weg wordt dan een intensiteit van ongeveer 5000 motorvoertuigen per etmaal voorzien. Wij vragen ons nu in gemoede af of het ontwerp voor de uitbreiding tevens is bedoeld als geluidswal tussen de begraafplaats en deze “mogelijke nieuwe aansluiting”; in dat geval zouden de omwonenden op dit punt minder goed worden bediend.

Het is naar onze mening voorbarig om het ontwerp mede te baseren op een “mogelijke nieuwe aansluiting”, omdat de besluitvorming over een dergelijke aansluiting nog moet plaatsvinden, uiteraard in relatie tot de toekomst van de weg over de dijk.
Onze vereniging is, zoals bekend, tegen het openstellen van de weg over de dijk voor autoverkeer, o.a. omdat deze openstelling alleen een verplaatsing en toename van het sluipverkeer zou betekenen.


STEDENBOUWKUNDIGE BEZWAREN:
In de toelichting bij het voornemen tot vrijstelling wordt opgemerkt, dat “slechts een beperkt deel van het groengebied in beslag wordt genomen” en dat “bovendien ook de begraafplaats een groene aanblik zal bieden”.
Wij stellen vast dat het terreinbeslag voor de uitbreiding zo omvangrijk zal zijn, dat de afstand van het nieuwe grondlichaam tot de bebouwing aan de Dijkmeent nog slechts zo’n 40 meter zal bedragen, terwijl de afstand tussen de bestaande begraafplaats en de Dijkmeent ongeveer 100 meter bedraagt. Als het om een dergelijke structurele verandering van een fors groenelement gaat, verdient het de voorkeur om de uitbreiding qua hoogte en massaliteit te beperken. In de nu voorgestelde nieuwe situatie vertoont de uitbreiding zich vanuit het oosten gezien als de aanblik van een dijk, waar de huidige aanblik bestaat uit een grasveld en lage terpen met landschappelijke begroeiing.
Dit is tevens in tegenstelling tot wat in het eerder genoemde Ontwikkelingsplan Kustzone en Oostrand Almere Haven is vastgelegd.


PROCEDUREEL:
Omdat “Houdt Haven Groen” in het verleden om uitbreiding van de begraafplaats heeft gevraagd en in de leidraad voor Samenspraak als mogelijk gesprekspartner wordt genoemd, mocht verwacht worden dat de vereniging voor de informatie avond op 29-11-’04 zou zijn uitgenodigd
Wij zijn echter niet voor deze informatie avond uitgenodigd.

De aankondiging van deze avond in een artikeltje in de Almere Vandaag van 26-11-’04 is laat en niet opvallend geplaatst. Ook omwonenden zijn volgens de mores van deze leidraad op te korte termijn uitgenodigd.
In het paragraafje “besluitvormingstraject” bij de aankondiging van de informatieavond staat dat de ideeën en opmerkingen van de burgers op de informatieavond worden gemeld aan de raad. Over de status van deze opmerkingen wordt niets vermeld; dat het om een definitief ontwerp gaat blijkt slechts uit de verklarende tekst onder de ontwerptekening op de voorkant van het document.
Er is niet duidelijk gemaakt welke inspraak-, samenspraak- of participatieprocedure is gevolgd.
Bij de presentatie was helaas geen maquette of andere driedimensionale weergave van het ontwerp, gevat in zijn omgeving, te zien.
Alternatieven zijn (ook helaas) niet aan de orde gesteld.

Het is nog maar de vraag of geen verklaring van geen bezwaar nodig is. Uit de correspondentie over dit project hebben we begrepen, dat de uitbreiding zich deels (evenals de bestaande begraafplaats) bevindt binnen de momenteel door de dijkbeheerder gehanteerde en op rijks- en provinciaal beleid gebaseerde vrijwaringszone ten opzichte van de teen van de dijk. Het kan zijn dat de nu bestaande afwijking als overgangsrecht wordt gehandhaafd, maar dat hoeft niet op voorhand te gelden voor de geplande uitbreiding. Een toets door GS, verantwoordelijk voor het waterbeleid, lijkt ons raadzaam.


Conclusie:
Hoewel het ontwerp als zodanig kwaliteit heeft, is het naar onze mening als uitbreiding van de bestaande begraafplaats niet aanvaardbaar.

De terpen maken, gelet op hoogte en massa, een inbreuk op de bestaande structuur.

Het ontwerp is niet in overeenstemming met het Ontwikkelingsplan Kustzone en Oostrand Almere Haven en het Voorontwerp Bestemmingsplan Kustzone en Oostrand Almere Haven, hoewel het Ontwikkelingsplan de gebruikelijke inspraakprocedure heeft doorlopen en op de volgende paragraaf geen zienswijzen zijn ingediend:

“Een mogelijke uitbreiding van de begraafplaats vindt plaats aan de oostelijke zijde van de huidige begraafplaats. Door twee of drie nieuwe terpen te maken, die aansluiten op de bestaande terpen, wordt de uitbreiding aangepast in het open karakter van de Meenten. De begraafplaats is bijzonder in zijn situering (dicht bij het centrum, op de kop van een ‘groene wig’) en in zijn vorm (terpen als grafkamers) Deze kwaliteit dient bij de uitbreiding behouden te worden.”

Het ontwerp loopt vooruit op een “mogelijke nieuwe oostelijke aansluiting van de weg over de dijk op de Oosterdreef en het centrum”. Een aansluiting die eerst gestalte zou moeten krijgen in een nieuw bestemmingsplan voor dit gebied en die in het betreffende voorontwerp niet genoemd wordt.
Wij vinden het niet juist om hierop vooruit te lopen. Op deze manier wordt met de uitvoering van het uitbreidingsontwerp voor de begraafplaats deze aansluitingmogelijkheid in woord en daad als een voldongen feit gepresenteerd. Voordat zij de hele inspraakprocedure in de context van het volledige nieuwe bestemmingsplan heeft doorlopen.
Gelet op de respectabele leeftijd van zowel het vigerend Bestemmingsplan (1983) als van het Ontwikkelingsplan Kustzone en Oostrand Almere Haven (1999) menen wij, na het Voorontwerp Bestemmingsplan Kustzone en Oostrand Almere Haven (2002), op korte termijn een Ontwerp Bestemmingsplan dan wel een nieuw Voorontwerp te mogen verwachten.

Hoogachtend,

HHG


Aan het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Almere
t.a.v. de commissie voor de bezwaar- en beroepschriften
Postbus 200
1300 AE Almere


betreft: het verlenen van vrijstelling ex artikel 19 lid 2 WRO van de bepalingen van het vigerend bestemmingsplan 1F/1G De Meenten en de Grienden, ten behoeve van het uitbreiden van de begraafplaats te Almere Haven.
Uw kenmerk: 41073


Almere Haven, 12 mei 2005

Geacht College,

Hierbij een bezwaarschrift tegen het verlenen van vrijstelling, zoals hierboven genoemd:

Inleiding:
Wij hebben geen bezwaar tegen uitbreiding van de begraafplaats als zodanig en hebben daar zelfs op aangedrongen. Om die reden hebben wij in het inspraaktraject ten aanzien van het voorontwerp bestemmingsplan Kustzone en Oostrand de beoogde uitbreiding toegejuicht.
Er lag toen nog geen ontwerp voor die uitbreiding voor.
Ons bezwaar richt zich dan ook tegen de vormgeving van de beoogde uitbreiding, zoals duidelijk blijkt uit onze zienswijze ten aanzien van de uitbreiding.
Een kopie van de zienswijze van Houdt Haven Groen is bijgevoegd.

In reactie op het vrijstellingsbesluit:

Inzake de verklaring van geen bezwaar:
Ten onrechte wordt in het vrijstellingsbesluit gesteld dat er geen verklaring van geen bezwaar nodig zou zijn.
Zulk een verklaring van geen bezwaar is wel degelijk nodig. In de circulaire van de provincie Flevoland d.d. 24 augustus 2004, ROV/04.030944/A, betreffende Toepassing artikel 19 lid 2 WRO, staat namelijk het volgende:

Voor Bouwplannen en vrijstellingsverzoeken, die hun grondslag vinden in:
Een voorontwerp bestemmingsplan, na positieve afronding van het vooroverleg ex
artikel 10 BRO en inspraak, wordt wel een verklaring van geen bezwaar van GS
vereist indien tegen de bouwplannen/vrijstellingsverzoeken zienswijzen kenbaar zijn
gemaakt dan wel wanneer deze plannen betrekking hebben op onderdelen van een
ontwerp bestemmingsplan, waartegen zienswijzen kenbaar zijn gemaakt.

Deze omstandigheid doet zich nu voor, want:
1. De begraafplaats inclusief de beoogde uitbreiding daarvan waren opgenomen in het voorontwerp bestemmingsplan Kustzone en Oostrand, welk voorontwerp het traject van overleg ex artikel 10 BRO en inspraak heeft doorlopen. Inmiddels ligt het ontwerp bestemmingsplan Kustzone en Oostrand ter visie (zienswijzen), zodat mag worden aangenomen dat genoemd overleg en inspraak positief zijn afgerond (anders was er nooit een ontwerp bestemmingsplan gekomen),
2. Wij hebben een zienswijze ingediend tegen de beoogde uitbreiding van de begraafplaats, zijnde het bouwplan/vrijstellingsverzoek waarop de vrijstelling op grond van artikel 19 lid 2 WRO betrekking heeft.

Om deze twee redenen is derhalve een verklaring van geen bezwaar van GS nodig.

Inzake het uitbreidingsontwerp:
In de overwegingen van het College wordt gesteld: “Een andere, onzichtbare, uitbreiding is vanuit de oorspronkelijke ontwerpuitgangspunten ongewenst” De aan deze stelling ten grondslag liggende overwegingen zijn niet bekend gemaakt.

Inzake de stedenbouwkundige bezwaren:
De door ons gestelde vraag “of het ontwerp voor de uitbreiding tevens is bedoeld als geluidswal tussen de begraafplaats en de mogelijke nieuwe oostelijke aansluiting van de weg over de dijk op de Oosterdreef en het centrum, in welk geval omwonenden minder goed bediend zouden zijn”, is in de overwegingen van het College niet beantwoord.

Inzake de gevolgde procedure:
Ten onrechte wordt in het vrijstellingsbesluit gesteld dat de inspraakprocedure correct en in overeenstemming met het beleid dat is vastgelegd in de leidraad Samenspraak is gevoerd.
Immers, de algemene uitnodiging voor de informatie avond op maandag 29 november 2004 is in de Almere Vandaag van vrijdag 26 november 2004 geplaatst, terwijl in de leidraad voor samenspraak staat: “Nodig bewoners op tijd uit: Veel gehoorde klacht over samenspraakavonden in Almere is een te late uitnodiging. Twee weken is een fatsoenlijke uitnodigingstermijn. Korter dan een week is ronduit onbeleefd.” [5.3 Planning van het proces van samenspraak (blz. 15), in de ‘Groslijst algemene methoden voor samenspraak’ wordt bij inloopavond verwezen naar het kader 10 tips bewonersavonden (blz.16), hieruit is punt 4 aangehaald]

Hoogachtend,



C. Hoekendijk-Wesselman, secretaris G.J.M. Slokkers, bestuurslid


bijlage: zienswijze ten aanzien van dossier nummer 41073.


De commissie voor de bezwaar- en beroepschriften adviseert B&W het door ons ingediende bezwaarschrift ongegrond te verklaren.

 

naar boven