Bedenkingen tegen bestemmingsplan De Gouwen en De Paal
Aan het College van Gedeputeerde Staten
van de provincie Flevoland
Postbus 55
8200 AB Lelystad
Betreft: bedenkingen tegen bestemmingsplan De Gouwen en De Paal, gemeente Almere
Almere, 27 juni 2002
Geacht College,
Op 16 mei 2002 heeft de gemeenteraad van Almere het bestemmingsplan De
Gouwen en De Paal vastgesteld. Wij hebben tegen het ontwerp bestemmingsplan
een zienswijze ingediend, die niet is gehonoreerd. Weliswaar vermeldt
het raadsbesluit (70-2002) dat onze zienswijze “deels wel en deels
niet” zou zijn overgenomen, maar naar onze mening is de zienswijze
in het geheel niet overgenomen en dus in feite ongegrond verklaard.
Wij hebben dan ook de volgende bedenkingen tegen het vastgestelde bestemmingsplan:
Bedenkingen tegen het bestemmingsplan De Gouwen en De Paal
In het bestemmingsplan zijn (vrijwel) alle kleinere groenelementen binnen
De Gouwen opgenomen in de bestemming Verblijfsgebied. Die bestemming maakt
verharding mogelijk, zodat al dat aldus bestemde groen in beginsel zonder
meer zou kunnen worden omgezet in parkeerplaatsen, verkeersruimten of
andere vormen van verharding.
Deze mogelijkheid betekent een drastische beleidswijziging van de gemeente
ten aanzien van de bescherming van het groen in de woonomgeving. Zijn
de vigerende bestemmingsplannen voor de wijken gericht op handhaving van
dit voor de woonbeleving zo cruciale groen, in de nieuwe bestemmingsplannen,
zoals het onderhavige, wordt dit principe overboord gezet en vervangen
door een dermate grote mate van flexibiliteit in de bestemmingsomschrijving,
dat algehele verharding en dus teloorgang van het groen in de directe
woonomgeving mogelijk wordt.
Onze vereniging heeft als zienswijze ingediend, dat alsnog de volgende groenelementen geregeld zouden moeten worden in de bestemming Groenvoorzieningen, in plaats van in die van Verblijfsgebied:
- de groene plekken in de Muidergouw
- de groene plekken in de Nijvergouw
- de groene plekken in de Overgouw
- de groene plekken in de Brongouw
- de groene entrée van de Kromgouw.
Het gaat om de groene plekken, die van groot belang kunnen worden geacht voor de beleving van de woonomgeving, juist om hun betrekkelijk geringe formaat en hun gezichtsbepalende ligging in de buurten of als entree van de buurten.
Vigerende bestemming van de kleinere groenelementen
De vigerende bestemming voor de kleinere groenelementen is die van Groendoeleinden.
In de betreffende voorschriften van het vigerend plan staat ten aanzien
van deze bestemming Groendoeleinden, dat “beplantingen en verhardingen”
mogelijk zijn voor zover zij “toelaatbaar zijn in verband met deze
bestemming”. Ergo: alleen verhardingen zijn toelaatbaar, die gerelateerd
zijn aan het groen. Paden om het groen te ontsluiten voor wandelaar en
fietser zijn mogelijk, parkeerplaatsen en wegverbredingen uitdrukkelijk
niet, want die hebben geen verband met de functie “groen”.
De vastgestelde nieuwe bestemmingsregeling, inhoudende dat de kleinere
groenelementen zijn geregeld binnen de bestemming Verblijfsgebied, welke
bestemming zonder meer elke vorm van verharding mogelijk maakt, betekent
dus een verslechtering van de situatie ten aanzien van bescherming van
de groenelementen.
Beantwoording zienswijze door de gemeente en onze reactie daarop
In de beantwoording van de zienswijze ontkent de gemeente niet dat de
bestemming Verblijfsgebied op de kleinere, beeldbepalende groenelementen
is gelegd om desgewenst op enig moment verharding van het groen mogelijk
te maken. De gemeente stelt flexibiliteit boven rechtszekerheid voor de
burger en met die keuze zijn wij het niet eens. De beoogde flexibiliteit
is alleen voordelig voor de gemeente, die straks met het groen kan doen
wat hij wil. Voor de burger die op een groene woonomgeving prijs stelt,
is diezelfde flexibiliteit rampzalig, want die weet niet wat er met het
groen zal gebeuren. Als doekje voor het bloeden zeggen B&W toe dat,
als de gemeente het voornemen heeft om een bepaald groengebiedje op te
offeren voor wegverbreding, aanleg van een parkeerterrein of een andere
vorm van verharding, de omwonenden zullen worden gehoord dan wel - vooraf
mogen we hopen - zullen worden geïnformeerd. De gemeente maakt daarbij
uit wie omwonende is en wat met welke opmerkingen zal gebeuren.
Deze aangekondigde vorm van “bewonersparticipatie” biedt de
bewoners geen enkele garantie: hij of zij dient maar af te wachten, met
welk plan de gemeente komt, of hij of zij als betrokken bewoner wordt
aangemerkt en of de gemeente iets met diens mening doet. De gemeente heeft
de handen vrij om desgewenst, naar willekeur, al het groen onder de asfaltmachine
te doen verdwijnen, het bestemmingsplan laat het immers zonder meer toe.
Dat het leggen van een groenbestemming op het groen met zich mee zou
brengen dat een woonbuurt plantechnisch gezien “op slot” zou
gaan, omdat er dan niets meer zou kunnen gebeuren, zoals de gemeente beweert,
is onjuist. De Wet op de Ruimtelijke Ordening biedt voor het bestemmingplan
het instrument van de wijzigingsbevoegdheid ex
artikel 11, welk instrument voldoende flexibiliteit biedt, gecombineerd
met het respecteren van de rechtszekerheid voor de burger. De burger kan
tegen een voorgenomen bestemmingswijziging in zijn woonomgeving - van
groen naar verharding bijvoorbeeld - bezwaar aantekenen, waarna een procedure
moet worden bewandeld, waarbij het gemeentebestuur wordt ingeschakeld.
De genoemde procedure kost tijd, maar gezien de looptijd die de gemeente
in acht neemt als het gaat om het voorbereiden en uitvoeren van groot
onderhoud, in welk kader het merendeel wordt gerealiseerd van wijzigingen
van groen in verharding, valt het tijdsbeslag nog wel mee. De diverse
plannen tot groot onderhoud in Almere Haven hebben een looptijd van enige
jaren, terwijl de genoemde procedure binnen een periode kan zijn afgerond,
die zich in weken laat uitdrukken. Die wettelijke procedure is daardoor
echt wel in te passen binnen de ambtelijke procedures ten aanzien van
het groot onderhoud en zal niet tot oponthoud in die procedures hoeven
te leiden.
In het verleden heeft de bestemming Groendoeleinden nimmer tot problemen in de praktijk geleid. De in de loop der tijd ontwikkelde plannen tot groot onderhoud in de buurten zijn op geen enkel moment opgehouden, laat staan gedwarsboomd, door die bestemming.
Tijdens de raadsvergadering van 16 mei zegde de verantwoordelijke wethouder,
toen vaststelling aan de orde was van het onderhavige ontwerp bestemmingsplan,
toe dat de tot Verblijfsgebied bestemde groenelementen niet zouden worden
aangetast vooraleer een gemeentelijke verordening ter regeling van de
“bewonersparticipatie” het licht zou hebben gezien.
Een loze toezegging, omdat de nog altijd vigerende bestemming Groendoeleinden
de beoogde mogelijke aantasting door verharding verbiedt.
Conclusie
Wij verzoeken de provincie om goedkeuring te onthouden aan de bestemming Verblijfsgebied, voor zover die is gelegd op de genoemde kleinere, verspreide groene elementen in het plangebied De Gouwen en De Paal.
Graag lichten wij onze bedenkingen toe.
Hoogachtend,






